Instrumenten - Hogeschool Gent
Foto Instrumenten

Instrumenten.

I

Het instrument OEES (Organization Effectiveness and Efficiency Scale) werd ontwikkeld door het International Research Consortium on Evidence-Based Practices in 2013. Claudia Claes, Jos van Loon,  en Robert Schalock waren betrokken bij de ontwikkeling en het testen van het instrument. Het instrument OEES vertrekt vanuit het ondersteuningsdenken en het kader van Kwaliteit van Bestaan. Deze managementschaal is ontwikkeld om organisaties toe te laten hun werking te evalueren op vlak van kwaliteit van Bestaan. Het helpt organisaties voor mensen met een beperking tegemoet te komen aan volgende noden: beste praktijken te incorporeren in hun dienstverlening; meer effectief te werken op vlak van het bereiken van hun resultaten; hun middelen meer efficiënt te spenderen en meer duurzaam te werken in termen van groeiende veranderingen; evenals te focussen op performant management.  Het brengt uiteenlopende beleidsaspecten in beeld. De indicatoren zijn gegroepeerd onder vier perspectieven: het klantperspectief, het groeiperspectief, het financieel perspectief en het perspectief van interne processen. Deze leiden tot scores die kunnen worden omgezet in een efficiëntie en een effectiviteitsindex. De OEES kan worden aangewend als een intern auditinstrument, een instrument dat een organisatie handvatten biedt voor haar prestatie-evaluatie en voor haar strategische planning en efficiënt en effectief management. 

Het instrument POS-A 1.0 (Personal Outcomes Scale for Adults) werd in 2008 ontwikkeld door Jos Van Loon (Stichting Arduin) in samenwerking met Claudia Claes (HOGENT en E-QUAL) en Geert Van Hove (Universiteit Gent). Daarnaast hebben ook Remco Mostert (Stichting Arduin) en een aantal Master-studenten belangrijke bijdragen geleverd aan het verder actualiseren en valideren van het instrument. De POS-A (ondertussen al versie 2.1) meet de uitkomsten van kwaliteit van bestaan bij mensen ouder dan 18 jaar op basis van een aantal specifieke indicatoren die verbonden zijn aan de acht kerndomeinen van kwaliteit van bestaan volgens Schalock. Deze acht domeinen zijn: persoonlijke ontwikkeling en zelfbepaling (niveau van onafhankelijkheid); interpersoonlijke relaties, zelfbepaling, en rechten (niveau van zelfbepaling); emotioneel welbevinden, fysiek welbevinden en materieel zelfbevinden (niveau van welbevinden). Elk kerndomein omvat 6 items die geëvalueerd worden op een 3-punt Likertschaal. Het instrument wordt gebruikt in de vorm van een interview. Het interview wordt bij voorkeur met de cliënt zelf afgenomen door gebruik te maken van de ‘zelfbeoordelingsschaal’. Indien de cliënt niet met de zelfbeoordelingsversie geïnterviewd kan worden, wordt de schaal ‘beoordeling door anderen’ gebruikt. In dat geval worden twee respondenten geïnterviewd, nl. een persoon die werkt of leeft met de cliënt wiens kwaliteit van bestaan wordt geëvalueerd. De handleiding bevat richtlijnen omtrent het goede beheer en gebruik van de POS-A in de beoordeling van de QoL-indicatoren. Verder is het van belang om aan te geven dat er voor de POS ook een elektronische applicatie beschikbaar is. Deze wordt beheerd in de zogenaamde QinO-tool. 

De data van de POS-A:

  1. geeft feedback aan de persoon en/of zijn/haar familie met betrekking tot zijn/haar status op de acht domeinen van kwaliteit van bestaan, en toont aan in welke mate de individuele of organisatorische strategieën voor kwaliteitsbevordering al dan niet een verschil gemaakt hebben in het leven van de persoon.  
  2. biedt informatie voor individuele ondersteuningsplanning. 
  3. maakt duidelijk dat verandering mogelijk is binnen de verschillende dimensies van kwaliteit van bestaan. 
  4. bevestigt dat een organisatie de persoon ondersteuning biedt vanuit een holistische benadering.

De POS-A data voorziet individuele en gecombineerde informatie dat gebruikt kan worden om informatie te delen over individuele uitkomsten en veranderingen in die uitkomsten in de tijd. Men kan bepalen welke individuele-, organisatorische of samenlevingsfactoren de uitkomsten voorspellen en de gecombineerde informatie over de uitkomsten en hun significante voorspellers gebruiken om aan continue kwaliteitsverbetering te doen. 
Om de betrouwbaarheid van de meetuitkomsten te bevorderen, werden procedures voor de afname van de interviews ontwikkeld. Belangrijk hierbij is dat de POS dient afgenomen te worden door een specifiek hiervoor getrainde en gecertificeerde professional met uitgebreide ervaring met mensen met een verstandelijke beperking getraind in het afnemen en scoren van gedragsschalen. Deze POS trainingen worden in Nederland door Stichting Arduin aangeboden en in België verloopt de coördinatie van de POS trainingen via de Hogeschool Gent en E-QUAL.

De POS-C 2.0 (Personal Outcomes Scale for Children and adolescents) voor kinderen en adolescenten tussen de 6 en 18 jaar werd ontwikkeld door Claudia Claes in samenwerking met Jos van Loon en Remco Mostert (Stichting Arduin). De POS-C is in feite een nieuw ontwikkeld instrument op basis van hetzelfde format als de POS-A, maar met een eigen ontwikkelingstraject. Geregeld worden er voor dit instrument trainingen georganiseerd. Hou de agenda in de gaten voor meer info.

De Personal Wellbeing Index (PWI) , werd ontwikkeld door de International Wellbeing Group in 2002 Melbourne: Australian. De 5de editie van de PWI voor volwassenen (PWI-A) werd in 2013 gepubliceerd en is beschikbaar via het ‘Centre on Quality of Life’, Deakin University. 

De PWI-A schaal bevat acht items en elk item correspondeert met een domein van Quality of Life: levensstandaard, gezondheid, zelfverwezenlijking, persoonlijke relaties, persoonlijke veiligheid, verbondenheid met de gemeenschap, toekomstige veiligheid en spiritualiteit-godsdienst. Cummins (1996; 1997), Cummins et al. (1997) en The International Wellbeing Group (2006) hebben aangetoond dat deze domeinen daadwerkelijk aangewend worden. 

De PWI voor volwassenen (PWI-A) werd in 2004 vertaald naar het Nederlands door prof. dr. Jo Rentry en prof. dr. Herbert Roeyers van de Universiteit Gent. Opgelet, in deze vertaalde versie van de PWI-A werd de vraag rond spiritualiteit-godsdienst nog niet opgenomen. 

De PWI-ID - de PWI voor personen met een verstandelijke beperking - en de bijbehorende handleiding, werden in 2014 door E-QUAL vertaald. De PWI-ID-schaal verschilt van de PWI-A schaal omdat het voorzien is van een pre-testprotocol op basis waarvan men kan bepalen óf en tot welk niveau van complexiteit de respondenten de schaal kunnen gebruiken. De term ‘tevredenheid’ uit de PWI-A schaal werd in de PWI-ID schaal vervangen door de term ‘blijheid’. Hoewel beide termen niet gelijkwaardig zijn, genereren zij wel soortgelijke data (Cummins, Eckersley, Pallant, Misajon & Davern, 2001a; Cummins, et al., 2001b; Lau, Cummins & McPherson, 2004). De PWI-ID versie gebruikt tevens eenvoudigere en correctere formuleringen en bevat een extra vraag waarbij gepeild wordt naar ‘hoe blij of verdrietig een respondent is met het leven in het algemeen'. De PWI-ID voorziet in een verkort keuzeformaat waarbij de antwoorden geïllustreerd worden aan de hand van een reeks gezichten, van heel verdrietig tot blij. Dit keuzeformaat vervangt de Likertschaal uit de PWI-A versie.

De Schaal voor Emotionele Ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking werd ontwikkeld door Anton Došen in 2009. Deze tweede revisie van het instrument (versie SEO-R2 ) werd herwerkt door E-QUAL medewerker Filip Morisse in samenwerking met Anton Došen, Clara De Ruysscher, Leen De Neve, Leo Audenaert, Hilde Zevenbergen, Soetkin Roskam, Lien Claes, Leen Poppe, Stijn Vandevelde & Claudia Claes (redactieraad).
De ‘Schaal voor Emotionele Ontwikkeling - Revised²’ is een instrument waarmee men zicht krijgt op de emotionele ontwikkeling van personen met een verstandelijke beperking. Op basis van deze informatie kunnen handvatten geformuleerd worden om te komen tot een goede afstemming (ondersteuning) voor de persoon met een verstandelijke beperking, waarbij rekening gehouden wordt met de basale emotionele noden. Aan de hand van een semigestructureerd interview heeft de beoordelaar een gesprek met personen die een heel goed zicht hebben op de persoon met een verstandelijke beperking. Het interview is onderverdeeld in dertien domeinen die elk een specifiek deel van de emotionele ontwikkeling beschrijven en bevragen. 
Wat zijn de voornaamste verschillen tussen de SEO-R² en de SEO-R?

  • De domeinen 9, 10 en 13 werden grondig herzien.
  • De schaal werd volledig herzien op basis van de bevraging van de clinici.
  • Er werd gestreefd naar een meer gebruiksvriendelijke afname door het herzien en uitbreiden van de handleiding op het gebied van scoring en interpretatie van diverse profielen.
  • De beschrijving van het wetenschappelijk onderzoek naar de psychometrische eigenschappen van de SEO-R (betrouwbaarheid) en de SEO-R² (validiteit) is toegevoegd aan de handleiding.
  • Er is een online versie beschikbaar op http://www.sen-seo.be

Deze publicatie is een coproductie van het Steunpunt Expertisenetwerken (SENvzw), meer bepaald vanuit de regiegroep SEN-SEO, samen met het Expertisecentrum E-QUAL, HOGENT.  

De vragenlijst ‘Participatie en kwaliteit van leven van mensen met een beperking’ werd ontwikkeld op initiatief van de Stad Gent in nauwe samenwerking met E-QUAL (HOGENT), de UGent en de Vlaamse overheid, met name het VAPH en de Studiedienst van de Vlaamse Regering (Departement Kanselarij & Bestuur).  Deze vragenlijst werd gebruikt in het kader van een studie waarbij het Gentse stadsbestuur het stedelijk beleid (nog) beter wou afstemmen op de bestaande behoeften van personen met een handicap. Er werd een grootschalig onderzoek gedaan naar de kwaliteit van leven en naar de maatschappelijke participatie van personen met een handicap in Gent. Het hele onderzoeksproces liep van het najaar 2013 tot op het congres van 14 december 2016. 

Het instrument kan door de Vlaamse steden en gemeenten gebruikt worden om periodiek en systematisch gegevens te verzamelen over de kwaliteit van leven van personen met een handicap of beperking, de omvang en aard van hun deelname aan de samenleving alsmede hun ervaringen en behoeften op dit terrein. Het instrument vervult daarmee een belangrijk signalerende en beleidsondersteunende functie.