Facebook Pixel Ons onderzoek - Hogeschool Gent
Foto Ons onderzoek

Ons onderzoek.

O

Ons onderzoek.

Met E-QUAL doen wij aan praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek waarbij de focus in de eerste plaats ligt op behoeftenonderzoek en op het implementeren en evalueren van QoL-instrumenten en individuele ondersteuningssystemen, steeds in nauwe samenwerking met de praktijk. Enerzijds is E-QUAL zélf initiatiefnemer van onderzoeksprojecten maar anderzijds staat E-QUAL ook open voor het uitvoeren van kleinere of grotere onderzoeksprojecten, specifiek op vraag van voorzieningen uit het werkveld. Onderstaande trefwoorden verwijzen naar de uiteenlopende onderzoeksthema’s m.b.t. QoL

Quality of Life in een interdisciplinaire context; onderzoek naar de conceptuele invulling van Quality of Life en de beschikbaarheid van meetinstrumenten
Quality of Life (QOL) is een theoretisch concept dat in verschillende disciplines binnen de sociale en medische wetenschappen wordt toegepast. Antaki en Rapley maakten in 1996 een overzicht van de Quality of Life-literatuur, en zij identificeerden meer dan 2500 artikelen in de voorgaande 3 jaren. De wetenschappelijke invulling en validering van het construct gebeurt veelal los van elkaar en de ene discipline verwijst nauwelijks naar de andere. Bovendien is er een discussie naar de universaliteit van het construct cf. een doelgroepspecifieke invulling als het gaat over meting en evaluatie. Met dit onderzoek beoogden we, door middel van een zeer gefocuste literatuurstudie en bevraging van experten, een gedetailleerd en omvattend overzicht genereren van het concept Quality of Life binnen de opleidingen aangeboden in de Faculteit Mens en Welzijn waaronder orthopedagogie, sociaal werk, verpleegkunde, ergotherapie, logopedie en lerarenopleiding. Naast een theoretische verdieping van het construct QOL bieden we aan de opleidingen en aan het werkveld een overzicht van betrouwbare en valide meetinstrumenten die een aanzet kunnen zijn tot evidence-based werken in de praktijk. 

Dit HOGENT PWO focusproject werd uitgevoerd door een team van E-QUAL onderzoekers: Nele Van Hecke (ex-E-QUAL onderzoeker), Claudia Claes (Projectcoördinator), Nico De witte en Jessica De Maeyer (Copromotor), Ilse Goethals (Projectmedewerker).

Kwaliteit van Leven als sectoroverschrijdend kader in het werken met mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Binnen deze studie gingen we op zoek naar een gemeenschappelijke taal over sectoren heen. Aangezien Quality of Life als universeel concept heel wat mogelijkheden biedt, werd verkend of dit concept die gemeenschappelijke taal kan bieden. Verschillende sectoren zaten samen rond te tafel om uit te wisselen over de vraag wat belangrijk is voor iemand in een maatschappelijk kwetsbare leefsituatie om een goede kwaliteit van leven te hebben. Experten op vlak van armoede, drugafhankelijkheid, handicap en psychische kwetsbaarheid (op professioneel vlak en op vlak van ervaringsdeskundigheid) bogen zich over deze vraag. Aan de hand van concept mapping werden overkoepelende thema’s uit dit materiaal gelicht.
 
De studie is uitgevoerd door E-QUAL onderzoekers Jessica De Maeyer en Hanne Vandenbussche. Betrokken partners: Straathoekwerk Gent, Poco Loco, Similes, PC Sint-Amandus Beernem, Villa Voortman, MSOC Gent, UGent Maarten De Schryver.

Kwaliteit van Leven bij jongeren met gedrags- en/of emotionele stoornissen (zie ook leerstoel Leonardo Da Vinci)
In 2014 is, met de steun van Diensten- en Begeleidingscentrum (DBC) Openluchtopvoeding vzw, een unieke samenwerking ontstaan tussen praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en het werkveld met als doel de theorievorming rond Quality of Life (QoL) bij jongeren met gedrags- en/of emotionele stoornissen verder te ontwikkelen. Dit project tracht inzicht te verwerven in de betekenis en invulling van QoL vanuit het perspectief van de jongeren en stelt daarbij het acht-domein model van Schalock & Verdugo (2002) als richtinggevend kader voorop. Om de perspectieven van jongeren te onttrokken, hebben een kwalitatieve onderzoeksmethode gehanteerd. We hebben zes focusgroepen georganiseerd met in totaal 25 jongeren. De analyse van de kwalitatieve data wordt op dit moment uitgevoerd.
 
Dit onderzoek werd opgezet vanuit de leerstoel en uitgevoerd door E-QUAL medewerkers Chris Swerts en Claudia Claes (promotor). Betrokken partner: Diensten- en Begeleidingscentrum Openluchtopvoeding vzw (OLO)

Kwaliteit van bestaan bij personen met anorexia nervosa
Anorexia Nervosa (AN) is een ziekte met een sombere prognose en een grote impact op het leven van een individu en diens omgeving. Ondanks de grote diversiteit aan behandelvormen blijft de behandeling van AN gekenmerkt door een beperkte empirische basis en een hoge drop-out. Bovendien wordt in de literatuur weinig aandacht besteed aan subjectieve en psychosociale aspecten van kwaliteit van bestaan en wordt er louter gefocust op gezondheidsgerelateerde kwaliteit van bestaan (HRQoL). Voor dit onderzoeksproject werkten we intensief samen met vzw Empathie, een therapeutisch centrum voor de behandeling van AN te Gent. In het eerste luik van dit onderzoeksproject werd de werking van vzw Empathie uitgebreid beschreven, met aandacht voor de doelgroep, theoretische oriëntatie, inhoud van het therapeutisch programma en de behandeldoelen. In het tweede luik van het project wilden we inzicht krijgen in de persoonlijke betekenis van kwaliteit van bestaan voor personen die herstellen van AN, aan de hand van het QoL-model van Schalock. Daarnaast wilden we inzicht krijgen in de mate waarin een therapeutisch programma (zoals dat van vzw Empathie) de kwaliteit van bestaan van personen met AN kan beïnvloeden. Deze studie gebeurde aan de hand van diepte-interviews met (ex-)patiënten van vzw Empathie.
 
Dit onderzoek werd gefinancierd door vzw Empathie en uitgevoerd door E-QUAL onderzoekers Clara De Ruysscher en Claudia Claes (promotor) en Stijn Vandevelde (copromotor). Betrokken partners: vzw Empathie, UGent: Vakgroep Orthopedagogiek.
 
Theoretisch vooronderzoek: Persoonsvolgende Financiering en Quality of Life
Op vraag van de Vlaamse Overheid en in samenwerking met het VAPH staat E-QUAL in voor het ontwikkelen van een theoretisch model met betrekking tot de relatie ‘Persoonsvolgende Financiering’ (PVF) en ‘Quality of Life’ (QOL). De vraag naar de relatie tussen PVF en QOL is een vraag naar evidence based policy en meer specifiek naar de impact van een interventie op macroniveau op de QOL van een individu. De complexe relaties tussen input, throughput, output en outcome worden gedefinieerd en samengebracht in een coherent model dat toelaat de specificiteit van de context te definiëren die gewenste QOL uitkomsten genereerd. Concreet wordt achtereenvolgens: (1) een theoretisch kader ontwikkeld dat PVF in een voorwaardenscheppende structuur plaatst van QOL gerelateerde evidence-based policy, (2) een onderzoeksdesign uitgewerkt rekening houdend met de specificiteit van de Vlaamse context en (3) een vragenlijst ontwikkeld die als basis kan dienen om een survey onderzoek op te zetten.  

Dit theoretisch vooronderzoek wordt uitgevoerd door E-QUAL medewerker Neelke Ferket onder leiding van Claudia Claes en Jessica De Maeyer

Delphi-studies over de afstemming tussen het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap en Kwaliteit van Leven
In 2013 startte E-QUAL een eerste Delphi-studie met Nederland (nauwe samenwerking met Arduin vzw) en het Vlaamssprekende gedeelte van België. In deze studie stond de afstemming tussen de artikels van het VN-verdrag voor mensen met een handicap en het Quality of Life gedachtegoed centraal. Onze zoektocht naar universele indicatoren, die de realisatie van het VN-verdrag zouden helpen nastreven, was geënt op het Quality of Life kader van Schalock. Tijdens een ontmoeting tussen verschillende experten (professionelen, ervaringsdeskundigen, netwerkleden, praktijkwerkers) werden 116 indicatoren geselecteerd. Deze indicatoren werden nadien opgenomen in een online-vragenlijst en verstuurd naar 18 deelnemers waar consensus gezocht werd over de ‘fit’ tussen de indicator en de realisatie van het respectievelijke artikel uit het VN-verdrag. Na twee rondes werd er een consensus gevonden voor 85 van de 116 indicatoren. Aangezien de zoektocht naar universele indicatoren voorop stond, waaruit contextspecifieke strategieën uit kunnen worden afgeleid, werd deze studie vervolgd in een tweede Delphi-studie maar dan op internationaal niveau. De 85 overgebleven indicatoren uit de eerste Delphi-studie werden in de tweede Delphi-studie voorgelegd aan een tiental landen om internationale consensus te bereiken. Deze studie is nu afgerond. De indicatoren zullen een internationaal raamwerk opleveren om zo de realisatie van het VN-verdrag te ondersteunen. Het concept Kwaliteit van Leven levert het belangrijke kader dat hierbij wordt gevolgd.

Bovenstaande Delphi-studies werden uitgevoerd door E-QUAL-onderzoekers Claudia Claes, Hanne Vandenbussche, Marco Lombardi, in samenwerking met Jos van Loon van De Stichting Arduin, en Bob Schalock

Kwaliteit van Leven als sectoroverschrijdend kader in het werken met mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
Binnen deze studie gaan we op zoek naar een gemeenschappelijke taal over sectoren heen. Aangezien Quality of Life als universeel concept heel wat mogelijkheden biedt, wordt verkend of dit concept die gemeenschappelijke taal kan bieden. Verschillende sectoren zaten samen rond te tafel om uit te wisselen over de vraag wat belangrijk is voor iemand in een maatschappelijk kwetsbare leefsituatie om een goede kwaliteit van leven te hebben. Experten op vlak van armoede, drugafhankelijkheid, handicap en psychische kwetsbaarheid (op professioneel vlak en op vlak van ervaringsdeskundigheid) bogen zich over deze vraag. Aan de hand van concept mapping werden overkoepelende thema’s uit dit materiaal gelicht. 

De studie is uitgevoerd door E-QUAL onderzoekers Jessica De Maeyer en Hanne Vandenbussche. Betrokken partners: Straathoekwerk Gent, Poco Loco, Similes, PC Sint-Amandus Beernem, Villa Voortman, MSOC Gent, UGent Maarten De Schryver

Cirkelen rond kwaliteit van bestaan: belevingsonderzoek naar de betekenis van participatie bij jongeren met een beperking en hun natuurlijk netwerk
Een actueel thema waar onze samenleving verder wil op inzetten is 'inclusie en participatie' realiseren bij mensen met een beperking. Een interdisciplinair onderzoek naar het in kaart brengen van wat die participatie inhoudt bij jongeren met een beperking die een inclusief traject volgen om zo een hogere kwaliteit van bestaan na te streven staat hierbij voorop. Hiervoor willen we met hen op weg gaan en enerzijds nagaan waar voor hen participatie volwaardig aanwezig was in het verleden en waar en hoe ze dit in de toekomst willen zien. Daarnaast is het transitiemoment naar volwassenheid een cruciaal ankerpunt om verder te zien hoe een 'inclusieve carrière' kan vorm krijgen. De stap na het onderwijs kan velerlei zijn: wonen, werken, verder studeren, ... Deze overgang wordt ook samen met de jongeren belicht zodat we meer zicht krijgen op levende noden om zo de kwaliteit van bestaan van deze jongeren te verhogen.
 
Deze studie werd uitgevoerd door E-QUAL-onderzoekster Hanne Vandenbussche in het kader van een tijdskrediet. Betrokken partners: UGent Vakgroep Orthopedagogiek, Ouders Voor Inclusie (OVI).

Maatschappelijke kwetsbaarheid in beeld: een kritische analyse van inclusief burgerschap van en door personen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
De huidige evoluties in het welzijnslandschap zetten meer en meer in op vermaatschappelijking van zorg en ondersteuning van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. Art. 107 binnen de geestelijke gezondheidszorg). Het ondersteunen van deze mensen in de samenleving is hierbij het uitgangspunt. Nochtans zien we dat deze vermaatschappelijking vaak beperkt blijft tot het fysieke aspect (aanwezig zijn), maar zelden leidt tot ‘inclusief burgerschap’ (deel uitmaken van’). In dit project zetten we in op verschillende niveaus: a) inzicht verwerven in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. verslaving, psychische problemen, kansarmoede) rond inclusief burgerschap, b) inzicht krijgen in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van stakeholders rond inclusief burgerschap, c) knelpunten en faciliterende factoren uitwerken om inclusief burgerschap te bevorderen, d) sensibilisering van HOGENT, betrokken partners en de ruimere samenleving via het gebruik van sociale media en een fototentoonstelling rond inclusief burgerschap van en door “maatschappelijk kwetsbare  groepen”. 

Dit PWO focusproject werd uitgevoerd door volgende mensen van E-QUAL: Marianne Vervliet, Sofie Vindevogel, An Verelst, Jessica De Maeyer (projectcoördinator) en Didier Reynaert (Copromotor). Betrokken partners: Villa Voortman en Poco Loco.

Onderzoek proeftuin zorgdorpen
“Proeftuinen Zorgdorpen” is een erkend project gefinancierd door het Agentschap “Zorg en Gezondheid”. Specifiek aan deze proeftuin is dat verschillende sectoren (GGZ, VAPH, ouderen,…) , financieringsvormen en verschillende woonvormen samengebracht worden om te komen tot een vernieuwende manier samen te werken. De doelgroep van het project zijn personen met een langdurige psychiatrisch opnameverleden, dak- en thuisloze personen en personen gekend bij het VAPH. Een eerste doelstelling van het project is het creëren van kansen tot inclusief en autonoom wonen d.m.v. persoonsgerichte ondersteuning teneinde de kwaliteit van leven te bevorderen. Zorgdorpen vzw heeft ook tot doel om enkele concepten te ontwikkelen en te beschrijven, die bruikbaar zijn zodat in de toekomst werkvormen kunnen gekopieerd worden die toeleiden naar autonome zorg- en woonvormen. In het onderzoek werd geëvalueerd of de doelstellingen van het project gehaald werden a.d.h.v. een afname van de WHOQOL-Bref vragenlijst, diepte-interviews en focusgroepen.

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Neelke Ferket en Sofie Vindevogel (promotor).

Maatschappelijke kwetsbaarheid in beeld: een kritische analyse van inclusief burgerschap van en door personen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties
De huidige evoluties in het welzijnslandschap zetten meer en meer in op vermaatschappelijking van zorg en ondersteuning van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. Art. 107 binnen de geestelijke gezondheidszorg). Het ondersteunen van deze mensen in de samenleving is hierbij het uitgangspunt. Nochtans zien we dat deze vermaatschappelijking vaak beperkt blijft tot het fysieke aspect (aanwezig zijn), maar zelden leidt tot ‘inclusief burgerschap’ (deel uitmaken van’). In dit project zetten we in op verschillende niveaus: a) inzicht verwerven in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van maatschappelijk kwetsbare groepen (vb. verslaving, psychische problemen, kansarmoede) rond inclusief burgerschap, b) inzicht krijgen in de persoonlijke perspectieven en ervaringen van stakeholders rond inclusief burgerschap, c) knelpunten en faciliterende factoren uitwerken om inclusief burgerschap te bevorderen, d) sensibilisering van HoGent, betrokken partners en de ruimere samenleving via het gebruik van sociale media en een fototentoonstelling rond inclusief burgerschap van en door “maatschappelijk kwetsbare  groepen”. 

Dit PWO focusproject werd uitgevoerd door volgende mensen van E-QUAL: Marianne Vervliet, Sofie Vindevogel, An Verelst, Jessica De Maeyer (projectcoördinator) en Didier Reynaert (Copromotor). Betrokken partners: Villa Voortman en Poco Loco.
 
Vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg: Competenties van zorgprofessionals in transitie
De organisatie van het Vlaamse zorglandschap bevindt zich volop in de transitie van intramurale zorg naar gemeenschapsgerichte zorg. Deze overgang vraagt nieuwe competenties van professionals in de zorg-, hulp en dienstverlening. De huidige zorgprofessionals in de GGZ (geestelijke gezondheidszorg), met verpleegkundigen, orthopedagogen, sociaal werkers en ergotherapeuten als belangrijkste disciplines, werden immers tot nu toe vooral opgeleid volgens een ‘instellingslogica’ waarbij vanuit de eigen discipline gewerkt wordt met de cliënt die op een afdeling is opgenomen. In de gemeenschapsgerichte GGZ wordt zorg daarentegen vooral vanuit een multidisciplinaire samenwerking gerealiseerd, waarbij de functiedifferentiatie volgens discipline minder scherp is afgebakend dan in de klassieke intramurale zorg. Toch vindt deze transitie in werkwijze plaats zonder dat er hiervoor een kader bestaat, noch om zorgprofessionals die reeds actief zijn in de intramurale zorg hierin te begeleiden noch om studenten en afgestudeerden hierop voor te bereiden. Uit deze discrepantie vloeit de centrale onderzoeksvraag van dit project voort: “Welke ondersteuning kunnen onderwijs en zorgorganisaties bieden aan (toekomstige) zorgprofessionals om hen zo optimaal mogelijk te laten functioneren in een multidisciplinaire en maatschappijgerichte zorgcontext?”. Hierbij zal er aandacht gaan naar de rol van generieke - en discipline-specifieke competenties. Als valorisatie van het project zal een permanente vorming ontwikkeld worden voor (toekomstige) zorgprofessionals in de GGZ. Daarnaast wordt een website ontworpen met als belangrijkste tool een online competentieverkenner, die voor de 4 verschillende disciplines een competentieprofiel in kaart brengt. Op die manier wil het project bijdragen aan de competentieontwikkeling van zorgprofessionals in een sterk veranderende GGZ.

Dit multidisciplinair PWO project wordt uitgevoerd door Jürgen Magerman (onderzoeker), Stefaan De Smet (Projectcoördinator), Jessica De Maeyer, Didier Reynaert en Patricia Colman (copromotoren).

Kwaliteit van Bestaan en ondersteuning. Een studie naar hoe informatie gericht kan ingezet worden binnen persoonlijke ondersteuningsplannen
In dit onderzoek werd Een verdere valorisatie van het onderzoek bestond erin om informatie verkregen uit de Persoonlijke Ondersteuningsuitkomsten Schaal  (POS) samen met informatie verkregen uit andere diagnostische instrumenten (Supports Intensity Scale, adaptieve vaardighedenschaal) te rubriceren tot een betekenisvol ondersteuningsplan, waarbij ook duidelijke ondersteuningsstrategieën worden beschreven. De afstemming tussen informatie over wensen, ondersteuningsbehoeften, kwaliteit van bestaan uitkomsten, doelstellingen en ondersteuningsstrategieën is noodzakelijk om evidence-based evaluaties van interventies mogelijk te maken. De hoofddoelstelling van dit vervolgproject was tweeledig. Enerzijds is het project gericht op de opmaak van een format waarin er richtlijnen gegeven worden over afstemming tussen data van assessment, doelstellingen, ondersteuningsstrategieën en kwaliteit van bestaan-gerelateerde uitkomsten. Anderzijds zullen door middel van een context-effectiviteitsstudie, succesfactoren en kritische punten bij de implementatie geëvalueerd worden. De eindproducten van dit project waren een gestandaardiseerde procedure voor het gebruik van de POS-data, diagnostisch materiaal en ondersteuningsstrategieën binnen ondersteuningsplannen voor personen met een verstandelijke beperking. De resultaten verkregen uit dit onderzoek bepaalden mee de uiteindelijke vorm en inhoud van het handboek ‘Samen aan de slag’: naar volwaardig partnerschap in een persoonsgericht ondersteuningsproces’. 

Het onderzoek werd uitgevoerd door ex-E-QUAL onderzoekster Rilke broekaert. Promotor Claudia Claes en Copromotor Stijn Vandevelde (Ugent), Jos Van Loon (Stichting Arduin & UGent). Betrokken partners: UGent Vakgroep Orthopedagogiek, Stichting Arduin, VzwOpMaat, Ouders voor Inclusie.

Onderzoek naar de inbedding van emotionele ontwikkeling in de ondersteuning van personen met een verstandelijke beperking en de impact hiervan op de geestelijke gezondheid en kwaliteit van leven
De laatste jaren is de aandacht voor de emotionele ontwikkeling van personen met een verstandelijke beperking sterk toegenomen, zowel in de dagelijkse praktijk als in onderzoek. Ook het gebruik van de Schaal voor Emotionele Ontwikkeling-Revised (SEO-R) wint al geruime tijd aan belang in de ondersteuning van kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking. Het eerste werkpakket van dit onderzoeksproject bouwt verder op een eerder uitgevoerd project rond de betrouwbaarheid van de SEO-R. In de huidige studie wordt nl. de validiteit van de SEO-R² onderzocht aan de hand van de convergente validiteit en de expertvaliditeit. De erkenning van het emotioneel ontwikkelingsniveau van personen met een verstandelijke beperking, zeker als deze bijkomende geestelijke gezondheidsproblemen vertonen, vraagt om een aangepaste aanpak in de hulpverlening aan personen met een verstandelijke beperking. Daarom ligt de focus van het tweede werkpakket op het ontwerp van een ondersteuningsmethodiek voor begeleiders van personen met een verstandelijke beperking en geestelijke gezondheidsproblemen. Dit gebeurt aan de hand van N=1-onderzoek, waarbij een intensief traject doorlopen wordt met het begeleidersteam van één leefgroep in een residentiële voorziening.  
Dit HoGent PWO focusproject wordt op dit moment uitgevoerd door: Mieke Blontrock & Jolien Verhasselt (vakgroep Orthopedagogie, HoGent), Eric De Belie, Filip Morisse, Claudia Claes (Projectcoördinator), en Stijn Vandevelde (Copromotor UGent). Betrokken Partners: SENvzw,  UGent, vakgroep Orthopedagogiek, Outreach De Steiger – De Meander, Anton Došen (Radboud Universiteit Nijmegen, NL), ZENvzw, Tilburg Universiteit, Tranzo (academische werkplaatsen), ASVZ (NL), Lunetzorg (NL).

Optimale Zorg en Ondersteuning voor Ouderen met een Verstandelijke Beperking
In dit multidisciplinair onderzoek trachten we een antwoord te formuleren op de vraag vanuit het werkveld: hoe kan men best tegemoetkomen aan de veranderde zorg en ondersteuningsvragen die al dan niet eigen zijn aan het ouder worden van mensen met een verstandelijke beperking? Ouder wordende mensen met een verstandelijke beperking zijn omwille van de medische vooruitgang en meer kwalitatieve zorg een vrij recent fenomeen. Noch de agogisch geschoolde medewerkers uit de VAPH voorziening noch de medisch onderlegde medewerkers uit de woonzorgcentra hebben het gevoel dat zij vanuit hun kennis en vaardigheden tegemoet komen aan de veranderende zorg en ondersteuningsnoden van deze doelgroep. Een doorgedreven samenwerking tussen de twee sectoren zou dit wel mogelijk maken maar wordt vaak verhinderd omwille van structurele, financiële en organisatorische redenen. De studie zal zich richten op volgende drie doelstellingen: 1. het inventariseren van bestaande samenwerkingsverbanden in Oost- en West-Vlaanderen; 2. Het in kaart brengen van enerzijds de ondersteuningsnoden van ouderen met een verstandelijke beperking en anderzijds de trainingsnoden van medewerkers in de woonzorgcentra en VAPH instellingen; 3. Het uitdenken van een ondersteuningstraject voor ouderen met een verstandelijke beperking dat beantwoordt aan een inclusieve benadering en het concept van kwaliteit van bestaan.  Op die manier wordt niet enkel de focus gelegd op het medisch handelen maar staat vooral het (ped)agogisch handelen in het kader van een betere kwaliteit van bestaan voorop.
 
Dit driejarig multidisciplinair PWO project startte op 1 oktober 2015 en wordt uitgevoerd door E-QUAL medewerkers: Marianne Vervliet, Jorrit Campens, Nico De Witte (promotor), Ilse Goethals (copromotor) en Joan Lesseliers (copromotor). Betrokken partners: vzw Den Achtkanter, WZC Sint-Vincentius Kortrijk.

Voorspellende factoren van kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking: Resultaten van de ANFFAS-studie Italië
Deze studie werd uitgevoerd bij ANFFAS, de nationale vereniging van families van mensen met een verstandelijke beperking, de grootste vereniging voor mensen met een verstandelijke beperking in Italië. Zij tellen meer dan 30.000 cliënten. Het onderzoek beschrijft de sociodemografische, klinische en functionele karakteristieken van een representatieve steekproef van voorzieningen in Italië. De formele en informele ondersteuning en ervaren kwaliteit van leven werd in kaart gebracht. E-QUAL werd bij dit onderzoek betrokken omwille van hun expertise m.b.t. het kwaliteit van leven model alsook voor de onderzoeksopzet en de data-analyse.
 
In totaal werden 1285 personen met een verstandelijke beperking in het onderzoek betrokken. Deze respondenten verbleven in 23  verschillende voorzieningen. De invloed van beschikbare ondersteuningsstrategieën, omgevingsfactoren, cliënt karakteristieken, persoonlijke wensen en doelen en ondersteuningsnoden op de huidige kwaliteit van leven werd nagegaan met behulp van regressieanalyses. De analyses tonen aan dat kwaliteit van leven uitkomsten significant verklaard kunnen worden door de ondersteuningsnoden, cliënt karakteristieken, persoonlijke wensen en doelen en in mindere mate door de beschikbaarheid van ondersteuningsstrategieën en omgevingsfactoren. Tevens werd er voor kwaliteit van leven uitkomsten in het algemeen een klein effect gevonden voor ondersteuningsactiviteiten. De resultaten bevestigen dat persoonlijke uitkomsten voorspeld kunnen worden wanneer de beschikbare ondersteuningsstrategieën afgestemd zijn op de ondersteuningsnoden en de wensen en doelen van de mensen met een beperking. Dit onderbouwd het Personal Centered Planning process.
 
Dit doctoraatsonderzoek werd uitgevoerd door E-QUAL collega: Marco Lombardi. Claudia Claes is als copromotor bij dit onderzoek betrokken. Betrokken partners: E-QUAL, ANFFAS Italy.

Vervolgonderzoek PVF en QOL
Het vooronderzoek naar de theoretische relaties tussen de persoonsvolgende Financiering (PVF) en kwaliteit van leven (QOL) resulteerde in een theoretisch model en een matrix die in het vervolgonderzoek als basis dienen voor het ontwikkelen van een longitudinaal meetinstrument. Dit meetinstrument zal gebruikt worden om de effecten van PVF op de QOL van personen met een handicap in Vlaanderen te monitoren en evalueren. Het meetinstrument bestaat uit drie onderdelen. Een eerste onderdeel maakt gebruik van bestaande VAPH data op dossierniveau. Op deze wijze kan een procesevaluatie van PVF gebeuren waarbij ook oog is voor de mate waarin er aan de structurele randvoorwaarden is voldaan (toegankelijkheid van zorg, kwaliteit van zorg, Zorggarantie,…). Een tweede onderdeel vormt de inzet op QOL-outcome indicatoren. De bestaande databank met Vlaamse Regionale Indicatoren (VRI) bevat data over de algemene bevolking en beperkt over personen met een handicap. Bijkomende QOL outcome data over personen met een handicap is nodig om vergelijkingen tussen personen met een handicap en de algemene bevolking mogelijk te maken. Op deze wijze kan er voor algemene QOL stijgingen of dalingen gecorrigeerd worden en de effecten van PVF op de QOL correct geanalyseerd worden. Dit laatste is enkel mogelijk aan de hand van de installatie van een longitudinale survey over PVF en QOL die beide concepten aan elkaar linkt en bevraagd. Deze drie luiken samen vormen het longitudinale meetinstrument waarmee de relaties tussen PVF en QOL gemonitord en geëvalueerd kunnen worden.

Dit extern onderzoek wordt uitgevoerd door Neelke Ferket, Claudia Claes en Jessica De Maeyer (promotoren).

Een brug tussen twee sectoren binnen de Integrale Jeugdhulp: het ontwikkelen en implementeren van een instrument gericht op het meten van levenskwaliteit bij jongeren
In het kader van het realiseren van een kwaliteitsvolle en effectieve jeugdhulpverlening is er de laatste jaren in toenemende mate interesse in Quality of Life (QOL), een uitkomstmaat die rekening houdt met verschillende domeinen en facetten in het leven van jongeren en die aanknopingspunten biedt die meegenomen kunnen worden gedurende het individuele begeleidingstraject. Om de begeleiding te kunnen oriënteren richting een verhoogde QOL is er echter een gedegen (betrouwbaar en valide) instrument nodig dat toelaat om een inschatting te maken van de actuele QOL van jongeren. Tot nog toe bestaat er geen geschikt instrument dat binnen deze sector en bij deze doelgroep hiervoor kan gehanteerd worden en op dit hiaat tracht dit project in te spelen. Het meetinstrument dat ontwikkeld zal worden binnen dit project is een opportuniteit voor onderzoek, onderwijs, praktijk en beleid om het verhaal van het uitkomstengericht werken binnen de jeugdhulpverlening vanuit een holistisch kader te benaderen. 

Dit vierjarig PWO focusproject is opgestart in oktober 2015 en wordt uitgevoerd door E-QUAL onderzoeker Chris Swerts, Goedele De Nil (projectcoördinator), Claudia Claes (copromotor HoGent) in samenwerking met Wouter Vanderplasschen (copromotor UGent, vakgroep Orthopedagogiek). Partner: UGent vakgroep Orthopedagogiek.

Participatie en kwaliteit van leven van mensen met een beperking (pilootstudie stad Gent)
Dit onderzoeksproject is te kaderen binnen de context van de ‘zorgvernieuwing’ voor personen met een beperking zoals uiteengezet in het nieuwe regeringsakkoord 2014 -2019. Het onderzoek gaat na in welke mate de stad Gent en deelgemeenten vanuit hun beleid en acties rond toegankelijkheid een gelijkwaardig burgerschap nastreven, en mogelijks een bijdrage leveren aan de levenskwaliteit van inwoners met een beperking. Het uiteindelijk doel is om een instrument te ontwikkelen die door de Vlaamse steden en gemeenten gebruikt kan worden om periodiek en systematisch gegevens te verzamelen over de kwaliteit van leven van mensen met een handicap of beperking, de omvang en aard van hun deelname aan de samenleving evenals hun ervaringen en behoeften op dit terrein. Het instrument kan m.a.w. een belangrijk signalerende en beleidsondersteunende functie hebben.
 
Dit project is gefinancierd door de Stad Gent en wordt uitgevoerd door E-QUAL medewerkster Ilse Goethals in nauwe samenwerking met de Stad Gent, Studiedienst van de Vlaamse Regering, UGent vakgroep Orthopedagogiek en de studiecel van het VAPH. 
 
De Werking en effecten van, en nood aan Rechtstreeks Toegankelijke Hulp’
Het onderzoek is in opdracht van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) en wordt uitgevoerd door de Hogeschool Gent, in samenwerking met Universiteit Gent. Het onderzoek beoogt, via verschillende stappen, een zicht te krijgen op de werking en effecten van, en nood aan Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH). Rechtstreeks Toegankelijke Hulp is beperkte handicapspecifieke ondersteuning waarvoor een persoon geen goedkeuring nodig heeft van het VAPH. 
Er zal gebruik gemaakt worden van een ‘mixed methods’ onderzoeksdesign bestaande uit 5 werkpakketten. In het proces van dataverzameling willen de onderzoekers iedere betrokkene (voorzieningen, gebruikers,…) een ‘stem’ geven. Zo zal er een survey-onderzoek uitgevoerd worden bij diensten die RTH aanbieden en bij personen met een handicap en hun context. Daarnaast worden er interviews afgenomen bij personen met een handicap en hun context waarbij er specifiek ingezoomd zal worden op de ervaringen van deze personen. Tenslotte zullen er focusgroepen worden georganiseerd waarbij diverse stakeholders worden bevraagd. 
De studie wordt uitgevoerd door E-QUAL onderzoeker Elke Cole o.l.v. Prof. dr. Claudia Claes en Prof. dr. Stijn Vandevelde.

Sociaal ondernemerschap als hefboom tot community building? Een studie naar kenmerken vanuit theorie en praktijk
De basis van dit vooronderzoek ligt bij Perspectief 2020. Daarin wordt gewezen op het belang van sociaal ondernemerschap als noodzakelijk middel om de zorgvernieuwing in goede banen te leiden. Ook het concept ‘community-building’ is in dat opzicht onmisbaar. In dit vooronderzoek gingen we op zoek naar de kritische succesfactoren van beide concepten. Volgende vragen stonden hierbij centraal: Welke zijn de kerneigenschappen van community-building en sociaal ondernemerschap? Hoe worden beide begrippen gedefinieerd in de literatuur? Hoe ziet het proces van sociaal ondernemerschap eruit? Welke competenties heeft een sociaal ondernemer nodig om succesvol aan community-building te kunnen doen? Welke rol neemt de sociaal ondernemer hierbij op? Deze vragen werden belicht aan de hand van beschikbare wetenschappelijke literatuur. Daaruit werden de voornaamste kenmerken gedestilleerd en samengevoegd in een theoretisch kader. Daarna werd dit kader getoetst aan enkele good practices van sociaal ondernemerschap, zowel binnen als buiten de zorgsector van het VAPH. 

Het onderzoek is gefinancierd door het VAPH en werd uitgevoerd door E-QUAL medewerkers Clara De Ruysscher en Claudia Claes (Promotor). 
 
Co-creatie in beeld: Een ontmoeting tussen professionals en ervaringswerkers in drie zorgsectoren
De laatste jaren is er vanuit het beleid meer en meer aandacht voor het inzetten van ervaringsdeskundigheid, met een focus op innovatieve zorg en ondersteuning. Dit onderzoeksvoorstel gaat in op het vraagstuk van gedeelde verantwoordelijkheid tussen ervaringswerkers en professionals als voorwaarde voor kwalitatieve zorg-, hulp- en dienstverlening. Vanuit de vaststelling dat professionele kennis vaak meer wordt gewaardeerd dan ervaringskennis lijkt een gedeeld eigenaarschap tussen ervaringswerkers en professionals nog veraf. Centraal staat de vraag hoe co-creatie van kennis tussen ervaringswerkers en professionals actueel vorm krijgt en verder kan worden vorm gegeven in de zorg-, hulp- en dienstverlening aan mensen in maatschappelijk kwetsbare leefsituaties. Hiervoor wordt er vertrokken vanuit een aantal cases in drie zorgsectoren: de geestelijke gezondheidszorg, de verslavingszorg en de jeugdhulp. In elke case studie zullen ervaringswerkers en professionals samen aan de slag gaan als onderzoeksteam. Op die manier fungeert het project als een community of practice, waarbij verschillende stakeholders zich engageren in een collectief leerproces, met een focus op co-creatie van kennis. Photovoice, een visueel-etnografische methode zal gebruikt worden als artistieke methode om het proces van co-creatie in beeld te brengen. De valorisatie zal gebeuren via verschillende innovatieve disseminatietechnieken, namelijk: (1) een handboek rond de implementatie van ervaringsdeskundigheid, vertrekkende vanuit de principes van co-creatie, (2) een vorming rond co-creatie tussen professionals en ervaringsdeskundigen in de betrokken sectoren (met aandacht voor sectoroverschrijdende en sectorspecifieke aspecten) en tenslotte (3) een fototentoonstelling als sensibiliseringscampagne omtrent de kennis en sterktes van ervaringswerkers in relatie tot professionele kennis.

Bovenstaand PWO focusproject zal uitgevoerd worden door Tijs Van Steenberghe (onderzoeker), Jessica De Maeyer (projectcoördinator) en Didier Reynaert (co-promotor).

Training for Inclusion of Ageing people with Disabilities through Exchange (TRIADE)
HOGENT (E-QUAL) is als partner betrokken bij een Erasmus+ project ‘TRIADE’ (2015-2017) dat gecoördineerd wordt door de vzw Den Achtkanter te Kortrijk. Bij dit project zijn organisaties betrokken uit nog vijf andere Europese landen: Spanje, Italië, Nederland, Frankrijk, Zweden.
 
TRIADE beoogt om ‘goede praktijken’ van de verschillende partners uit te wisselen en te analyseren vanuit de mate waarin ze bijdragen tot Quality of Life, de professionaliteit van de medewerkers en een meer inclusieve ondersteuning. Deze oefeningen moeten resulteren in aanbevelingen voor ieder die verantwoordelijk is voor het HR-beleid van organisaties, vorming en training, en in de ontwikkeling van onderwijs curricula. Zowel de formele als de informele zorg worden in de oefeningen meegenomen. 

Het project wordt uitgevoerd via internationale uitwisselingen en overleg van ‘local expert groups’ , die opgericht worden rond elke organisatie. In deze local expert groups worden verschillende stakeholders samengebracht om de uitgewisselde praktijken nader te bespreken en de aanbevelingen uit te werken. Vanuit HOGENT zijn wij medeverantwoordelijk voor het ontwikkelen van tools om de ‘goede praktijken’ in kaart te brengen en om de reflectie omtrent de link met QoL, het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een beperking en transfer naar eigen praktijk mogelijk te maken. E-QUAL-medewerkers die bij dit project betrokken zijn: Ilse Goethals, Nico De Witte, Tineke Schiettecat en Jorrit Campens. Download de poster en het finale rapport.

Voorspellende factoren van kwaliteit van leven van mensen met een verstandelijke beperking: Resultaten van de ANFFAS-studie Italië
Deze studie werd uitgevoerd bij ANFFAS, de nationale vereniging van families van mensen met een verstandelijke beperking, de grootste vereniging voor mensen met een verstandelijke beperking in Italië. Zij tellen meer dan 30.000 cliënten. Het onderzoek beschrijft de sociodemografische, klinische en functionele karakteristieken van een representatieve steekproef van voorzieningen in Italië. De formele en informele ondersteuning en ervaren kwaliteit van leven werd in kaart gebracht. E-QUAL werd bij dit onderzoek betrokken omwille van hun expertise met betrekking tot het 'kwaliteit van leven'-model alsook voor de onderzoeksopzet en de data-analyse.
 
In totaal werden 1285 personen met een verstandelijke beperking in het onderzoek betrokken. Deze respondenten verbleven in 23  verschillende voorzieningen. De invloed van beschikbare ondersteuningsstrategieën, omgevingsfactoren, cliënt karakteristieken, persoonlijke wensen en doelen en ondersteuningsnoden op de huidige kwaliteit van leven werd nagegaan met behulp van regressieanalyses. De analyses tonen aan dat kwaliteit van leven uitkomsten significant verklaard kunnen worden door de ondersteuningsnoden, cliënt karakteristieken, persoonlijke wensen en doelen en in mindere mate door de beschikbaarheid van ondersteuningsstrategieën en omgevingsfactoren. Tevens werd er voor kwaliteit van leven uitkomsten in het algemeen een klein effect gevonden voor ondersteuningsactiviteiten. De resultaten bevestigen dat persoonlijke uitkomsten voorspeld kunnen worden wanneer de beschikbare ondersteuningsstrategieën afgestemd zijn op de ondersteuningsnoden en de wensen en doelen van de mensen met een beperking. Dit onderbouwd het Personal Centered Planning process.
 
Dit doctoraatsonderzoek werd uitgevoerd door E-QUAL collega: Marco Lombardi. Claudia Claes is als copromotor bij dit onderzoek betrokken. Betrokken partners: E-QUAL, ANFFAS Italy.

Delphi-studies over de afstemming tussen het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap en Kwaliteit van Leven
In 2013 startte E-QUAL een eerste Delphi-studie met Nederland (nauwe samenwerking met Arduin vzw) en het Vlaamssprekende gedeelte van België. In deze studie stond de afstemming tussen de artikels van het VN-verdrag voor mensen met een handicap en het Quality of Life gedachtegoed centraal. Onze zoektocht naar universele indicatoren, die de realisatie van het VN-verdrag zouden helpen nastreven, was geënt op het Quality of Life kader van Schalock. Tijdens een ontmoeting tussen verschillende experten (professionelen, ervaringsdeskundigen, netwerkleden, praktijkwerkers) werden 116 indicatoren geselecteerd. Deze indicatoren werden nadien opgenomen in een online-vragenlijst en verstuurd naar 18 deelnemers waar consensus gezocht werd over de ‘fit’ tussen de indicator en de realisatie van het respectievelijke artikel uit het VN-verdrag. Na twee rondes werd er een consensus gevonden voor 85 van de 116 indicatoren. Aangezien de zoektocht naar universele indicatoren voorop stond, waaruit contextspecifieke strategieën uit kunnen worden afgeleid, werd deze studie vervolgd in een tweede Delphi-studie maar dan op internationaal niveau. De 85 weerhouden indicatoren uit de eerste Delphi-studie werden in de tweede Delphi-studie voorgelegd aan een tiental landen om internationale consensus te bereiken. Deze studie is nu afgerond. De indicatoren zullen een internationaal raamwerk opleveren om zo de realisatie van het VN-verdrag te ondersteunen. Het concept Kwaliteit van Leven levert het belangrijke kader dat hierbij wordt gevolgd.

Bovenstaande Delphi-studies werden uitgevoerd door E-QUAL-onderzoekers Claudia Claes, Hanne Vandenbussche, Marco Lombardi, in samenwerking met Jos van Loon van De Stichting Arduin, en Bob Schalock.