Facebook Pixel Herverdeling van de opleidingen in 7 departementen: motivatie - Hogeschool Gent

Herverdeling van de opleidingen in 7 departementen: motivatie 

Het samenstellen van departementen werd vanuit verschillende invalshoeken bekeken. Eén van de uitgangspunten voor het oprichten en/of reorganiseren van departementen is dat een dergelijk veranderingstraject voor de opleidingen tot een vernieuwde dynamiek en profilering leiden. Bijgevolg verstevigen ze het engagement van de medewerkers én de maatschappelijke zichtbaarheid en impact. 

Parameters voor de samenstelling zijn: 

  • Verwantschap tussen opleidingen: een voorwaarde om een departement te laten werken is dat haar opleidingen “verwant” zijn aan elkaar, in de zin dat ze dezelfde of analoge denkkaders en een relatief breed gedeelde kennisbasis hebben en zo mogelijk deels inwisselbare curricula - en dus lesgevers. En ook verwantschappen en complementariteit tonen in het werkveld waar hun afgestudeerden terechtkomen. 

  • De managementstijl: er wordt  rekening gehouden met een “economie” van organisatie en management: een organisatie met veel departementen is moeilijker te managen dan een met een beperkter aantal. Aan de andere kant verliest een organisatie met te weinig departementen meerwaarde, met name de rol en betekenis van een eenheid die een eigen dynamiek kan ontwikkelen gericht op specifieke doelstellingen, wat de directe betrokkenheid van al haar medewerkers verhoogt. Vanzelfsprekend moet dat gebeuren in overeenstemming met de missie, visie en strategie van de instelling. 

  • De omvang: moet er gestreefd worden naar departementen van vergelijkbare grootte? Bij de verdeling van middelen en de impact op strategie en beleid zou dit mogelijk een voordeel kunnen betekenen. Maar bundeling van opleidingen in functie daarvan kan leiden tot het forceren en artificieel bijeen brengen van opleidingen die bij het maken van afspraken rond inhoud en strategie elkaar niet aanvullen en versterken. En waar uiteindelijk verschillende deelstrategieën ontstaan. Of nog erger, waar bepaalde opleidingen uiteindelijk gemarginaliseerd geraken binnen een departement. 

Naast de professionele bacheloropleidingen werden er in de faculteiten nog andere opleidingen (banaba, postgraduaten, …) georganiseerd. De voorgestelde clustering van professionele bacheloropleidingen geeft meteen ook een indicatie waar die andere opleidingen onder ressorteren. De graduaatsopleidingen blijven voorlopig volgens afspraak geclusterd in de aparte entiteit GO5. 

  1. Departement Lerarenopleiding 

De opleidingen kleuter-, lager- en secundair onderwijs worden geclusterd in een Departement Lerarenopleiding (DLO) waar een nieuw elan dringend aan de orde is. Het gaat om een clustering van in totaal ongeveer 800 studenten. Deze opleidingen zaten jaren in dalende lijn wat betreft studentenaantallen (een halvering op een periode van 4 jaar). Hier is dus met gewijzigd beleid en een relance, marge voor behoorlijke groei - die intussen lijkt ingezet. 

De 4 opleidingscentra zijn: 

Opleidingscentrum Basisonderwijs:

  • de educatieve bacheloropleiding voor kleuteronderwijs; 
  • de educatieve bacheloropleiding voor lager onderwijs; 
  • de aan bovengenoemde opleidingen verwante postgraduaten, (na)vormingen, studiedagen en micro-degrees; 

Opleidingscentrum Secundair Onderwijs AV/VEBA: 

  • de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs: algemene vakken(AV); 
  • het verkort traject van de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs (VEBA); 
  • de aan bovengenoemde opleidingen verwante postgraduaten, (na)vormingen, studiedagen en micro-degrees; 

Opleidingscentrum Secundair Onderwijs LO/BR: 

  • de educatieve bacheloropleiding voor secundair onderwijs: lichamelijke opvoeding en bewegingsrecreatie; 
  • de aan bovengenoemde opleiding verwante postgraduaten, (na)vormingen, studiedagen en micro-degrees; 

Opleidingscentrum Educatief Graduaat:

  • de educatieve graduaatsopleiding voor secundair onderwijs; 
  • de aan bovengenoemde opleiding verwante postgraduaten, (na)vormingen, studiedagen en micro-degrees. 
  1. Departement Sociaal-Agogisch Werk 

Een departement Sociaal-Agogisch Werk (DSA) met de opleidingen sociaal werk en orthopedagogie. De inhoudelijke relatie tussen beide opleidingen is duidelijk en de profilering van deze beide zeer succesvolle HOGENT-opleidingen kan er enkel door versterkt worden. 

  1.  Departement Gezondheidszorg 

De opleidingen biomedische laboratoriumtechnologie, ergotherapie, logopedie-audiologie, verpleegkunde en voedings- en dieetleer zijn sterk vragende partij voor een aparte profilering en aansturing op de campus Vesalius. 

Alhoewel een alternatieve samenstelling, waarbij de opleidingen chemie, agro-biotechnologie, biomedische laboratoriumtechnologie en voedings- en dieetkunde zouden samengaan in één departement, bestuurlijke en organisatorische voordelen heeft, leek het gezien onderstaande tegenargumenten meer aangewezen om de opleidingen binnen DGZ te clusteren volgens het Vlaamse studiegebied gezondheidszorg: biomedische laboratoriumtechnologie, ergotherapie , logopedie en audiologie, verpleegkunde, voedings- en dieetkunde 

Bestuurlijke- en organisatorische voordelen waren: 

  • het gemeenschappelijk beheer van infrastructuur en ondersteunend personeel 
  • het afstemmen van curricula 
  • het valoriseren van dwarsverbanden 
  • de verwantschappen tussen die opleidingen (bv. In functie van de studiekeuze van studenten). 

Tegenargumenten: 

  • de eigenheid van “zorg” waardoor de interesses van studenten, hun voor- en na-trajecten, de expertise van het merendeel van de lesgevers en de inhoudelijke dwarsverbanden tussen de opleidingen allemaal in de medische sfeer liggen. Hierdoor kan trouwens ook serviceonderwijs verminderd worden. 
  • het verschil in focusinhoud van vakken (ook al hebben ze dezelfde of analoge namen) en van infrastructurele noden (waardoor concurrentie bij de prioritering van de aanschaf van toestellen zou kunnen ontstaan in 1 departement) 
  • de reeds sterke bezetting van infrastructuur op verschillende campussen (waardoor de meerwaarde van gemeenschappelijk beheer beperkt is). 
  • de wettelijke bepalingen (KB’s) rond paramedische beroepen: de finaliteit van opleidingen biomedische laboratoriumtechnologie (BLT) en voedings- en dieetkunde (VDK) hebben een wettelijk kader (Volksgezondheid) waarin gesteld wordt dat het paramedische beroepen betreft en waarin de bijhorende voorwaarden vermeld worden om tot deze wettelijk beschermde titel op te leiden. Biomedische laboratoriumtechnologie is een paramedisch beroep zoals vastgelegd via Koninklijk Besluit (KB 78 – 10/11/1967; KB 2 juli 2009 – gewijzigd 15/01/2019; KB 17/01/2019). Het beroep van diëtist is sinds 1997 wettelijk erkend (KB van 10 mei 2015, KB van 19 februari 1997 en KB 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen intussen gecoördineerd in de wet van 10 mei 2015.). Een update van dit KB is momenteel in voorbereiding, waarbij er voorstellen zijn om de diëtist ook op te leiden tot technische handelingen zoals bloedafname en toediening van insuline. 
  • De splitsing van een departement over meerdere campussen. Het is een  meerwaarde om als zorgopleidingen op 1 campus georganiseerd te kunnen worden en onder leiding van een departementshoofd en opleidingsvoorzitters die op de site zelf aanwezig zijn. 
  1. Departement Omgeving 

Een apart departement met de opleidingen vastgoed en houttechnologie werd opgericht onder de naam departement Omgeving (DOG). Houttechnologie voelt veel meer verwantschap met vastgoed dan met de andere technologieopleidingen en beschouwt de organisatie van de vakgroep “mode-, textiel – en houttechnologie” als een eerder artificiële constructie met te weinig meerwaarde voor haar opleiding, dienstverlening of onderzoek. Er is daarentegen een duidelijke link met “wonen”, met duurzaamheid (cyclisch bouwen) en met bouw en infrastructuur. Vastgoed heeft een eigenheid die niet echt past bij Bedrijf en Organisatie (de focus ligt niet op economische of bedrijfskundige aspecten), maar die ook minder aansluit bij de andere Natuur en Techniekopleidingen. 

De kern van de opleidingen is de omgeving, de relatie tussen bebouwde en onbebouwde ruimte tot het gebouw en haar buitenaanleg tot interieur en haar technische vereisten. Beide opleidingen zien veel mogelijkheden in samenwerkingen op het vlak van toekomstige uitdagingen zoals Life Cycle Costs, energieneutraal werken, circulair bouwen & produceren, verdichten, renovatie, … De opleidingen zien ook opportuniteiten in een toekomstige samenwerking met de professionele bacheloropleidingen in de school of arts: interieurvormgeving en landschaps- en tuinarchitectuur. Die laatste opleidingen achten een transfer naar een apart departement echter niet wenselijk en willen expliciet onder de school of arts blijven vanwege de artistieke dimensie die als meerwaarde in het opleidingsprogramma gekoesterd moet worden. Een model waarin vastgoed en houttechnologie vanuit een apart departement DOC preferentieel en structureel (inhoudelijk) samenwerken met de professionele bacheloropleidingen van de school of arts is dan ook de alternatieve denkpiste.   

  1. Departement IT en Digitale Innovatie 

Een vijfde departement wordt gevormd door de opleiding toegepaste informatica (DIT; departement IT en Digitale Innovatie). Deze opleiding kan zich aansluiten bij diverse andere opleidingen, zowel in FNT, FMW als FBO. De opleiding is niet technisch, maar gericht op informaticatoepassingen en trekt een specifiek studentenpubliek aan. Er is een heel duidelijke scheidingslijn met elektronica-ICT. Een aparte profilering heeft voordelen bij een sterkere positionering op de markt van zowel studenten als alumni. Daarnaast zijn er ideeën om de opleiding te koppelen aan een HOGENT-breed platform dat zich richt op ondersteuning en ontwikkeling rond databeheer, data-analyse, softwareontwikkeling en softwareondersteuning. Dat laatste werd door verschillende OP-leden geopperd als duidelijke dienstverlenende meerwaarde voor zowel onderwijs, dienstverlening als onderzoek. 

  1. Departement Bedrijf en Organisatie 

Een zesde departement is het departement Bedrijf en Organisatie (DBO). De door DBO ondersteunde professionele bacheloropleidingen zijn bedrijfsmanagement, retailmanagement en office management. 

  1. Departement Biowetenschappen en Industriële Technologie 

Het zevende departement bestaat uit de  de Natuur- en Techniekopleidingen (chemie, agro- en biotechnologie, elektromechanica, textieltechnologie en modetechnologie) , het departement Biowetenschappen en Industriële Technologie  (DBT). Deze opleidingen zijn met elkaar verwant door de gemeenschappelijke basis wat betreft exacte wetenschappen en technologie en de industriële sectoren die ze bedienen. 

 

Publicatiedatum: 07/07/2020