Facebook Pixel Het onbekende potentieel van voedselbossen - Hogeschool Gent
Foto Het onbekende potentieel van voedselbossen

Het onbekende potentieel van voedselbossen

H

Het onbekende potentieel van voedselbossen

Stefanie Delarue en Steven Heyde onderzoeken aan de HOGENT school of arts (opleiding Landschaps- en tuinarchitectuur en Landschapsontwikkeling) hoe een ‘voedselbos’ een optie kan zijn bij de herontwikkeling van historische landgoederen. Ze zetten hun deskundige visie uiteen in deze bijdrage, die recent ook in Knack verscheen.

Wetenschappelijk onderzoek in zestien Europese regio’s toonde aan dat kleine bosjes, in de grootteorde van een voetbalveld, een verrassend grote meerwaarde kunnen betekenen voor het vervullen van ecosysteemdiensten in landbouwgebied. Zo kunnen ze een maatregel zijn tegen klimaatverandering, omdat zij per oppervlakte-eenheid meer koolstof in de bodem opslaan dan grotere bossen. Die kleine bosjes bleken ook potentie te hebben voor andere ecosysteemdiensten in het agrarische landschap. Daarom pleiten onderzoekers van de Universiteit Gent voor het stimuleren van de aanleg van kleine bosjes in landbouwgebied, onder meer via subsidies voor landbouwers voor natuurmaatregelen. Wij willen hun beleidsadvies graag opentrekken en ook de aanplant van een specifiek type bosje aanmoedigen: het voedselbos, dat voedselproductie verenigt met andere ecosysteemdiensten en natuur en daarmee op het snijvlak staat tussen landbouw en natuur.

Voedselbos?

Een voedselbos is een voedselproducerende aanplant gebaseerd op de structuur van een (half)open, natuurlijk bos, met talrijke lagen in de begroeiing en een duidelijke bosrand. In voedselbossen wordt met gewerkt met bomen, struiken, meerjarige klimplanten, meerjarige groenten, kruiden en bol- en knolgewassen, waarvan allerlei onderdelen kunnen worden geoogst. In een voedselbos is er geen sprake van bodembewerking, pesticiden en kunstmeststoffen. Het is een door de mens ontworpen ecosysteem gericht op zelfregulatie en oogst. Een goed ontworpen voedselbos is veelal structuurrijk en soortenrijk.

Kleine bosjes bieden mogelijke quick wins  als klimaatmaatregel, vanuit hun hogere performantie in koolstofopslag in vergelijking met groter bos en het feit dat kleinere gronden waarschijnlijk veel gemakkelijker en sneller beschikbaar zijn dan grotere stukken grond. Zij zijn evenzeer van belang voor de landschappelijke connectiviteit en multifunctionaliteit. Ook voedselbos kan gelijkaardig ingezet worden in landbouwgebied en kan daarbij net als de kleine bosjes profiteren van de randeffecten die een kleinere oppervlakte met zich meebrengt. De verhouding van meer bosrand dan boskern in kleinere bosjes ten opzichte van grotere bossen kan de voedselproductie in zo’n klein voedselbos positief beïnvloeden. De plantengroei is sterker door meer licht dat in het bosje kan doordringen, een ander microklimaat en een hogere input van voedingsstoffen vanuit de omringende landbouwpercelen. Dat laatste kan echter voor sommige plantensoorten ook ongunstig uitdraaien, zoals ook een grotere blootstelling aan biociden een nadelig randeffect kan zijn. Daarnaast is ook gebleken dat kleine bosjes beter scoren op het vlak van ecosysteemdiensten als ze bestaan uit verschillende boomsoorten, wat bij een soortenrijke aanplant als een voedselbos zeker het geval is.

Pionierfase

Voedselbossen zijn een relatief nieuw fenomeen in West-Europa. Ze zitten nu nog in de pioniersfase, waarbij vooral hobbyisten ermee aan de slag zijn gegaan. We zien echter, zowel bij ons als in de ons omringende landen de eerste stappen naar schaalvergroting, professionalisering en onderzoek om het systeem tot een volwaardig landbouwsysteem te laten doorgroeien. Maar daar hoeven we niet op te wachten om voedselbossen in ons landbouwlandschap te integreren. Wegens het onderzochte maatschappelijke belang van kleine bosjes in een agrarisch landschap en de oogstmeerwaarde van een voedselbos voor de individuele landbouwer, lijkt een voedselbos ons een aantrekkelijk concept voor de boer om effectief kleine bosjes te realiseren.

Aandacht voor biodiversiteit

Voedselbosjes kunnen dus, naast de voedselproductiedienst, verschillende ecosysteemdiensten leveren in een landbouwlandschap. Maar, zoals ook het Europese bosjesonderzoek stelt: het leveren van sommige ecosysteemdiensten en het behoud van biodiversiteit gaan niet altijd hand in hand. Precies op dat vlak zien we kansen voor het voedselbos, maar evenzeer uitdagingen. De potentiële bijdrage van voedselbossen aan biodiversiteit wordt vaak onderschat. Een Nederlands vergelijkend onderzoek naar de biodiversiteit in het voedselbos Ketelbroek en het nabijgelegen natuurgebied De Bruuk leert dat het aantal soorten in het voedselbos vergelijkbaar is met het natuurgebied voor de drie onderzochte diergroepen: broedvogels, macronachtvlinders en loopkevers. Voedselbossen kunnen geen vervanging zijn voor bestaande natuurgebieden, maar kunnen wel een belangrijke bijdrage leveren aan lokale soortenrijkdom en diversiteit. Dat is onder meer mogelijk door verschillende (micro)habitats te creëren om een veerkrachtig ecosysteem te bekomen, bv. de aanleg van amfibieënpoelen onder andere voor natuurlijke plaagbestrijding.
Daarnaast kunnen voedselbossen, net als kleine bosjes, ruimte bieden voor typische bosplanten. Hoewel in intensievere voedselbossen ook de kruidlaag aangeplant wordt met eetbare soorten, is dat niet noodzakelijk. Niet aanplanten vermindert uiteraard de werklast van de landbouwer en geeft bovendien geeft een natuurlijke ontwikkeling van de kruidlaag aan bosplanten de kans om zich te vestigen. Sowieso krijgen spontane processen – per definitie onderdeel van de natuur – ruimte in voedselbossen.
Voedselbossen bieden dus een onderbenut potentieel om ruimte voor voedselproductie te laten samengaan met het realiseren van een hogere (bos)biodiversiteit. Al bouwen we in dit pleidooi een zekere reserve in. De pioniersfase waarin het concept voedselbos zich nu bevindt, gaat bij velen gepaard met experimenteren met nieuwe of minder gekende uitheemse soorten. In de natuursector leeft hierbij de vrees voor invasiviteit en laat wereldwijd de problematiek van invasieve exoten net een van de drijfveren zijn van biodiversiteitsverlies. Maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. We roepen hierbij op tot een open dialoog tussen de voedselboswereld en de natuursector.

Potentieel

Voedselbosjes zoals hierboven geschetst hebben potentieel voor het landbouwlandschap, bij voorkeur ingebed in een totale landschappelijke visie en ecologisch passend ontworpen. Maar laat ons ook niet al die andere kleine gronden buiten het landbouwgebied vergeten: onze Vlaamse tuinen, meer dan 8 procent van de totale oppervlakte van Vlaanderen, en ons openbaar groen. Het voedselbosconcept wordt alvast gretig omarmd door ‘early adopters’ onder tuineigenaars, openbare besturen, groen- en landbouwprofessionals en -studenten. Het vormt voor velen een aantrekkelijk concept om ermee aan de slag te gaan, omdat het hen de connectie laat herontdekken met natuur en voedselproductie.

We hoeven het niet bij die kleine schaal te houden: voedselbossen op grotere schaal kunnen mogelijks tegemoet komen aan de hedendaagse problematieken en uitdagingen in verband met  voedselproductie.

De denkpistes die we hier aanleveren zijn in de voorwaardelijke wijs, vertrekkend vanuit het Europees onderzoek naar de ecosysteemdiensten van kleine bosjes in landbouwlandschap en gestoeld op de huidige voedselboskennis. Voedselbossen staan nog in de kinderschoenen, maar ze zijn aantrekkelijk en veelbelovend. Laat ons vanuit onderzoek, innovatie en debat voedselbossen begeleiden naar volwassenheid.

Stefanie.delarue@hogent.be

Steven.heyde@hogent.be

Publicatiedatum: 26/02/2020