Facebook Pixel Kwetsbaarheid bij ouderen: ook omgeving van groot belang - Hogeschool Gent
Foto Kwetsbaarheid bij ouderen: ook omgeving van groot belang

Kwetsbaarheid bij ouderen: ook omgeving van groot belang

K

Kwetsbaarheid bij ouderen: ook omgeving van groot belang

In normale omstandigheden zou professor Nico De Witte, verbonden aan HOGENT en de VUB, vandaag, 24 maart, zijn kwetsbaarheidsinstrument toelichten tijdens de studiedag rond kwetsbaarheid bij ouderen. Daar besliste een virus dat de wereld in de ban heeft, anders over. Maar precies die coronapandemie vormt een bijkomend argument om kwetsbaarheid bij ouderen goed te monitoren.

Tegen 2050 is ruim 30 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Om ouderenzorg betaalbaar en kwaliteitsvol te houden, moet die anders worden georganiseerd. Ouderen zullen langer thuis wonen en zullen de zorg dus thuis aangeboden krijgen. Met andere woorden: ouderenzorg vermaatschappelijkt. De opname in een woonzorgcentrum is voorbehouden voor mensen met een zware zorgbehoefte.

Ouderen willen overigens ook zelf zo lang mogelijk in hun eigen vertrouwde woonomgeving blijven. Dat is immers vertrouwd terrein voor henzelf, voor familie, vrienden, buren en hun  vrijetijdsbeleving. Het geeft hen een gevoel van betekenis en verbondenheid. Op sociaal vlak biedt deze evolutie dus zeker voordelen. Maar er zijn ook risico’s aan verbonden.  Het is immers niet vanzelfsprekend dat thuiszorg voor iedereen gegarandeerd wordt in een context waar de professionele zorgvoorzieningen met een krapte aan personeel kampen en waar de mantelzorg vanuit familie en directe omgeving vaak moeilijk te organiseren is, omdat diegenen die daarvoor moeten instaan, geacht worden langer actief te zijn op de arbeidsmarkt.

Belang van omgeving

In dergelijke omstandigheden is het wel cruciaal om tijdig de kwetsbare thuiswonende ouderen te detecteren. Eerder onderzoek toonde aan dat één op zestien thuiswonende ouderen helemaal geen zorg krijgt, hoewel die wel nodig blijkt. Bovendien geeft een kwart van de ouderen aan zorgtekorten te ervaren.

Maar kwetsbaarheid is geen eenduidig begrip. Eind jaren ’70 werd het in de context van ouderen vooral gemeten aan de hand van fysieke en medische problemen. Later werden daar ook psychologische en sociale componenten aan toegevoegd. Ook dat gaf echter nog geen overtuigend beeld, en bovendien waren de bestaande screeningsinstrumenten niet gebruiksvriendelijk.

Met die twee beperkingen in gedachten, ontwikkelde Nico de Witte, samen met andere onderzoekers van de Belgian Ageing Studies het ‘Comprehensive Frailty Assessment Instrument’ (CFAI). “Dit screeningsinstrument brengt de drie klassieke domeinen van kwetsbaarheid in beeld: fysiek, psychisch en sociaal. Maar het voegt er een nieuw domein aan toe: de omgeving. Want die woon- en leefomgeving wordt belangrijk wanneer men kiest voor een beleid dat inzet op zo lang mogelijk thuis wonen”, legt Nico De Witte uit. “In het instrument wordt specifiek gevraagd naar de toestand van de woning en in welke mate de woonwijk bevalt. Voor de fysieke component zoomen we in op de beperkingen die mensen ervaren bij een aantal activiteiten. De psychische component bevat items die peilen naar stemmingstoornissen en emotionele eenzaamheid. De sociale component omvat sociale eenzaamheid en het potentieel zorgnetwerk.”

Het screeningsinstrument bleek na testing betrouwbaar en werd toegepast op de databank van de ouderenbehoeftenonderzoeken (eveneens ontwikkeld door de Belgian Ageing Studies en uitgevoerd bij 33.692 thuiswonende ouderen).

Kwart ouderen ernstig kwetsbaar

Het screeningsinstrument laat toe om ouderen op basis van hun behaalde score op kwetsbaarheid in te delen in drie groepen: niet/laag kwetsbaar, matig kwetsbaar en hoog kwetsbaar. Ook voor de vier domeinen van kwetsbaarheid – dus fysiek, sociaal, psychologisch en qua omgeving – berekent het instrument in welke mate iemand kwetsbaar is.

Een klein kwart (22,9 procent) van de thuiswonende ouderen in Vlaanderen blijkt ernstig kwetsbaar, 33,9 procent is matig kwetsbaar en iets meer dan vier op tien geven aan niet of laag kwetsbaar te zijn. Voorts blijkt dat de gemiddelde leeftijd het hoogst is in de groep met de hoogste kwetsbaarheid. In deze groep zijn bovendien opmerkelijk meer vrouwen en alleenstaanden. Ook fysieke kwetsbaarheid hangt samen met leeftijd en geslacht. Alleenstaanden hebben meer kans op ernstige fysieke kwetsbaarheid.

Voor het psychische domein duikt opnieuw een relatie op met leeftijd, zij het minder uitgesproken. Vrouwen worden meer geconfronteerd met ernstige psychische kwetsbaarheid dan mannen. Opvallend is ook het aandeel ernstig psychisch kwetsbaren die gescheiden zijn.

Daarnaast is ruim 1 op 5 van de ouderen sociaal kwetsbaar. Iets minder dan de helft (47,5 procent) is matig sociaal kwetsbaar. Het leeftijdsverschil vervaagt bij deze component en ook het geslacht speelt minder een rol.

Voor omgevingskwetsbaarheid scoort 14,8 procent hoog en 30,6 procent matig. Hier zijn de effecten van leeftijd en geslacht zo goed als nihil. Gehuwden scoren voor wat betreft hoge omgevingskwetsbaarheid gemiddeld hoger dan in de andere kwetsbaarheidsdomeinen.

Koffieplezier

De resultaten van een pilootonderzoek met het CFAI-meetinstrument in vijf West-Vlaamse gemeenten wijzen in dezelfde richting: het aantal kwetsbare ouderen valt niet te onderschatten. Telkens viel meer dan een kwart van de respondenten binnen de categorie ‘hoog kwetsbaar’. De analyses bevestigen ook dat kwetsbaarheid zich niet op elke component even sterk uit en dat individuele kenmerken zoals leeftijd, geslacht, huishoudtype en woningtype meespelen.

“Weten op welke domeinen iemand kwetsbaar is, levert voor sociale professionals belangrijke informatie op. Deze inzichten laten een gerichter beleid en preventieve interventies toe”, verduidelijkt Nico De Witte.

Een concreet voorbeeld van zo’n preventieve interventie is de koffiebakfiets die werd ingezet in een van de wijken van het pilootonderzoek waar de sociale kwetsbaarheid hoog is. Vrijwilligers trekken er onder de noemer ‘Kaffieplezier ip ’t Plankier‘ met een bakfiets de wijk in en stimuleren zo het buurtleven en de sociale verbondenheid.

“In een realiteit waar de overheid ouderen zo lang mogelijk thuis wil laten wonen – wat ook de keuze van de ouderen zelf is - komt het erop aan om snel zicht te krijgen op ouderen die het moeilijk hebben en die kwetsbaar dreigen te worden (of het al zijn) in hun thuissituatie. Het instrument dat we ontwikkelden, komt hieraan tegemoet”, vat Nico De Witte samen.

Publicatiedatum: 24/03/2020