Faculteit Mens en Welzijn

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 26 29
  fmw@hogent.be

Faculteit Natuur en Techniek

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270 (voetgangers, openbaar vervoer)
9000 Gent
  +32 (0)9 243 27 00
  fnt@hogent.be

Faculteit Bedrijf en Organisatie

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 22 00
  fbo@hogent.be

School of Arts

Campus Bijloke
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent
  +32 (0)9 267 01 00
  www.hogent.be/arts
  schoolofarts@hogent.be

SLOTDEBAT "ONDERHOUDSBIJDRAGEN VOOR KINDEREN: VAN BELEID TOT ONDERZOEK... EN TERUG"

Afbeelding Slotdebat

De wet van 19 maart 2010 op de onderhoudsbijdrage heeft gezorgd voor meer transparantie, maar niet voor meer eenvormigheid en voorspelbaarheid van de onderhoudsbijdrage, noch voor een objectievere berekening ervan. Daarmee schiet de wet gedeeltelijk haar doelstellingen voorbij. Op 25 februari vond er een slotdebat plaats in het Vlaams Parlement.

Sinds de wet van 19 maart 2010 ‘ter bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen’, moeten rechters uitvoeriger motiveren waarom ze een bepaalde onderhoudsbijdrage voor een kind toekennen. Uit het onderzoek van de HoGent blijkt dat vier van de acht wettelijke criteria meer worden besproken in vonnissen, met name ‘gewone kosten’, ‘buitengewone kosten’, ‘kinderbijslag’ en ‘fiscale impact’.

Het bedrag aan onderhoudsbijdrage dat door de jeugdrechter wordt toegekend, is niet veranderd sinds de wet van 19 maart 2010. Evenmin kon een eenvormige
formule voor de berekening van de onderhoudsbijdrage voor kinderen gevonden worden.

Achtergrond

De bepaling van onderhoudsgelden voor kinderen na een relatiebreuk is vaak een punt van discussie. De wet van 19 maart 2010 heeft tot doel de bepaling van de onderhoudsbijdrage transparanter, eenvormiger, objectiever en voorspelbaarder te maken. Doel is om discussies tussen ouders met betrekking tot de onderhoudsbijdrage te vermijden, zodat onderhoudsbijdragen meer vrijwillig betaald worden en er dus minder procedures worden gevoerd. Om dit doel te bereiken, legt de wet (onder meer) een strengere motiveringsplicht op aan rechters.

Het onderzoek van de HoGent gaat na in welke mate de wet van 19 maart 2010 haar doelstellingen daadwerkelijk bereikt, door de inhoud van een groot aantal vonnissen van jeugdrechters vóór en ná de wet te vergelijken. Deze resultaten zijn getoetst aan de praktijk van magistraten, advocaten, bemiddelaars en andere betrokkenen zoals de gezinsbond en de DAVO.

Aanbevelingen voor het beleid

Het onderzoek toont aan dat het opleggen van een bepaalde methode voor de berekening van de onderhoudsbijdrage voor kinderen niet zinvol is. Daarenboven dienen bepaalde criteria die de wetgever heeft vastgelegd, herbekeken te worden. Zo is het criterium ‘buitengewone kosten’ té restrictief geformuleerd, terwijl het criterium ‘fiscale impact’ in de praktijk moeilijk hanteerbaar is.

Protocols afgesloten tussen de rechtbank en de balie kunnen discussies tussen ouders vermijden. Hierin wordt immers bepaald welke kosten als buitengewone kosten worden aanvaard, hoe de afrekening verloopt en in welke mate voorafgaand overleg noodzakelijk is.