Faculteit Mens en Welzijn

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 26 29
  fmw@hogent.be

Faculteit Natuur en Techniek

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270 (voetgangers, openbaar vervoer)
9000 Gent
  +32 (0)9 243 27 00
  fnt@hogent.be

Faculteit Bedrijf en Organisatie

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 22 00
  fbo@hogent.be

School of Arts

Campus Bijloke
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent
  +32 (0)9 267 01 00
  www.hogent.be/arts
  schoolofarts@hogent.be

VAN SOCIALE RESTAURANTS TOT JAPANSE VOUWTECHNIEKEN

Afbeelding Van sociale restaurants tot Japanse vouwtechnieken

Nieuwe onderzoeksprojecten in de startblokken

Jaar na jaar groeit het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek aan HOGENT. Momenteel staan 9 nieuwe onderzoeksprojecten in de startblokken. De thema's zijn divers maar hun zoektocht naar duurzame oplossingen voor maatschappelijke problemen, hebben ze alvast gemeen.

Mensen in armoede kunnen vaak hun meest essentiële basisbehoeften onvoldoende bevredigen, zo ook het voorzien in voldoende en gezonde voeding. Dit project onderzoekt de positie van de sociale restaurants als een duurzame praktijk in het armoedebestrijdingsbeleid, in het kader van de realisatie van het recht op voeding. Voor de uitvoering van dit onderzoek wordt samengewerkt met het netwerk van sociale restaurants in Gent, op wiens vraag dit onderzoeksproject vorm kreeg. Er wordt in beeld gebracht hoe de sociale restaurants zich verhouden tot andere voedselinitiatieven. Na een literatuurstudie om een conceptueel kader te ontwikkelen, wordt sociale cartografie als onderzoeksmethode ingezet om de sociale restaurants en hoe die zich verhouden tot andere voedselinitiatieven in kaart te brengen. Onderzoek naar het bereik van sociale restaurants en in het bijzonder naar het bereik van de meest kwetsbare doelgroepen kan een beter inzicht bieden in de rol van sociale restaurants. Met het etnografisch onderzoek wordt de positie in beeld gebracht die sociale restaurants vervullen in het kader van het armoedebestrijdingsbeleid. Doorheen het volledig traject wordt met een lerend netwerk gewerkt. Op basis van de bevindingen wordt een profielscan ontwikkeld: een praktijkgericht instrument voor het netwerk van sociale restaurants in Gent om hun traject naar positionering en verdere profilering in het werkveld verder te zetten. De ontwikkelde inzichten zijn niet enkel relevant voor de restaurants van het Gentse netwerk, ook de andere sociale restaurants in Gent en Vlaanderen kunnen baat hebben bij de scan.
Wegens de toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica, is onderzoek naar andere antibacteriële strategieën van levensbelang. Faagtherapie speelt in dit kader een belangrijke rol. Sinds enkele jaren hebben de Belgische mucocentra te kampen met een epidemische stam van Achromobacter xylosoxidans. Deze bacterie wordt gekenmerkt door een uitgebreid antibiotisch resistentiepatroon. Om die reden bestaat er hernieuwde interesse in therapeutische toepassing van bacteriofagen. Dit zijn virussen die specifiek bacteriën infecteren en geen menselijke of dierlijke doelwitten hebben. Bij de behandeling van patiënten is het evenwel van cruciaal belang om het aantal fagen te kunnen bepalen in zowel de faag cocktail die men toedient, als in het klinisch staal dat men afneemt bij de patiënt. Het Labo voor Bacteriologie Research (UGent) beschikt via een samenwerking met de onderzoeksgroep van het Leibniz Institute DSMZ (Duitsland) binnen de campus van het UZ Gent inmiddels over fagen gericht tegen Achromobacter xylosoxidans. Vanuit het mucoviscidosecentrum (Dr. Eva Van Braeckel, dienst Longziekten) op de campus UZ Gent wordt geëxploreerd of faagtherapie kan toegepast worden bij een specifieke patiëntengroep van mucoviscidosepatiënten die gekoloniseerd zijn met Achromobacter xylosoxidans. In het onderzoek van deze MucoPhage PWO-aanvraag is het de bedoeling een specifieke en kwantitatieve test te ontwikkelen voor de detectie van de Achromobacter xylosoxidans fagen, die de follow up mogelijk maakt van eventuele faagtherapie bij longinfecties van mucopatiënten met Achromobacter xylosoxidans. Deze test kan de eerder toegepaste plaque assay test, die meer tijd en arbeid vereist, vervangen.
De laatste jaren is er sprake van een publiek debat over de maatschappelijke rol van kunst en cultuur. Heel wat culturele praktijken zijn op zoek naar verantwoording en trachten uit te drukken hoe en waarom ze doen wat ze doen en wat de sociale impact is van hun praktijk. Participatieve kunstpraktijken, als de meest sprekende culturele praktijk in het sociaal werk die sociale vraagstukken bevragen en die met de sociale context aan de slag gaan, worden in dit onderzoek onder de loep genomen. Onderzoek naar de sociale impact van deze praktijken, is tot op heden slechts gering. Het voorstel dat hier voorligt wil deze leemte vullen. Het meten van impact dient hier te worden begrepen als het beschrijven van betekenis en verantwoording van de praktijk. Enerzijds gericht op het zichtbaar maken van de processen die worden opgezet door cultureel werkers met participanten, anderzijds op het in kaart brengen van de impact op het sociale weefsel. Een multiple casestudy, omkaderd door etnografische onderzoeksmethoden, wordt in dit onderzoek uitgewerkt om deze processen en impact te kunnen blootleggen. De onderzoeksbevindingen worden gevaloriseerd voor het werkveld, het onderwijs en de maatschappij, via: a) de ontwikkeling van een toolbox waarmee cultureel werkers (in spe) betekenisgeving en verantwoording van de opgezette processen in de praktijk in kaart kunnen brengen; b) lespakketten met de rollen van sociaal werkers actief in participatieve kunstpraktijken; en c) ((inter)nationale) publicaties.
Het positieve effect van dieren op de mentale gezondheid van mensen is algemeen aanvaard. Omgekeerd zijn er potentieel nadelige effecten op het dierenwelzijn. Gezien de populariteit van geiten en schapen op zorg- en kinderboerderijen, focust dit projectvoorstel zich op het welzijn van deze kleine herkauwers dewelke vaak gebruikt worden in interventies met dieren in therapie, onderwijs en recreatie. Het doel van dit onderzoeksproject is het ontwikkelen van een praktische tool om het dierenwelzijn van geiten en schapen op een zorgbedrijf te optimaliseren. Hiertoe zal het huidige niveau van het dierenwelzijn aan de hand van het AWIN-protocol (Animal Welfare Indicators welfare assessment protocol), gedragsobservaties en de bepaling van glucocorticoïden, biomerkers voor acute en chronische stress bij vertebraten, bij geiten en schapen op kinder- leef- en zorg-boerderijen nagegaan worden. Daarnaast zal het huidige niveau van kennis van de werknemers in deze bedrijven rond het natuurlijk gedrag en de welzijnsbehoeften van deze dieren nagegaan worden door focusgroep gesprekken en een enquête. Na identificatie van de voornaamste werkpunten zullen maatregelen voorgesteld worden om het welzijn van geiten en schapen te verbeteren, hierbij rekening houdend met de financiële impact van deze op het zorgdoel. Deze oplossingen zullen geïmplementeerd en opgevolgd worden op de deelnemende bedrijven. Na 1 jaar zullen bovenstaande welzijnsevaluaties herhaald worden. De resultaten zullen verwerkt worden in een wetenschappelijke publicatie, een handboek gericht op het optimaliseren van het welzijn van geiten en schapen binnen de zorgsector, workshops en de oprichting van een dienstverleningsplatform rond dierenwelzijn in AAI (Animal Assisted Interventions).
Belgische fondsenwervers kampen met een financieel verlies door een terugval in de structurele overheidsfinanciering en een stagnatie in projectsubsidies. Daarnaast moet de donateursmarkt verdeeld worden over een groeiend aantal non-profit en social profit organisaties. Dit heeft tot gevolg dat de bestaande schenkers overbevraagd worden en bijgevolg dreigen uit te vallen. Het benaderen van nieuwe doelgroepen is daarom urgenter dan ooit. Maar fondsenwervers geven aan dat het definiëren en bereiken van nieuwe segmenten via een gerichte communicatie heel moeilijk is. Met het onderzoeksproject spelen de onderzoekers in op deze specifieke nood vanuit de sector. Dit doen ze door via een grootschalige online bevraging bij Belgen het geefgedrag in België en de kenmerken van Belgische schenkers in kaart te brengen. Met behulp van geavanceerde statistische technieken willen ze uit deze data schenkersprofielen distilleren en deze vertalen naar schenkerspersona’s. Iedere persona (of archetype) staat symbool voor een segment van soortgelijke schenkers aan goede doelen. Binnen deze verzameling schenkerspersona’s willen ze de link leggen met de sector en analyseren welke types interesse tonen voor welke sector(en): sociaal-cultureel, gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking,… . Door de organisatie van homogene focusgroepen per type willen ze de schenkerspersona’s verder verfijnen en een zicht krijgen op de meest geschikte communicatiestrategie (boodschap, kanaal, tijdstip,…) per schenkerspersona. Via een verknoping van alle informatie doorgronden ze welk schenkerpersona geïnteresseerd is in welke sector(en) en wat de specifieke communicatievoorkeuren zijn. Op een praktische en visueel overzichtelijke wijze willen ze de schenkerspersona’s toelichten in een (online) praktische gids voor de sector.
De vakgroep CEO startte in 2014 met de uitbouw van een onderzoekslijn voor het vakgebied HRM & organisatieontwikkeling. Het doel is de ontwikkeling van een expertisecentrum HR waar vragen uit het werkveld en oplossingen aangereikt uit onderzoek samenkomen. In de vorige PWO projecten richtten ze zich tot twee grote deelgebieden van HR: rekrutering en selectie. Met dit derde PWO project focust het onderzoeksteam op een ander groot domein binnen HR: feedback en prestatiemanagement. In de contacten met het werkveld merkt men een vraag naar expertise over feedback. Een inleidende literatuurstudie en een pre-stuurgroep toonden de nood van het werkveld aan voor een nieuwe feedbackcultuur. De traditionele evaluatie- en feedbacksystemen met een formele jaarlijkse evaluatie worden zowel in de literatuur als in de praktijk bekritiseerd en blijken ook niet effectief te zijn. Meer en meer pleit de wetenschap om meer aandacht te besteden aan het ontwikkelen van een ondersteunende feedbackomgeving: een continu proces met informele, eerlijke, frequente en just-in-time feedback, gelinkt aan duidelijke verwachtingen en prestatiedoelstellingen, coaching en ontwikkeling van medewerkers. Er is nood aan een vertaling van talrijke wetenschappelijke inzichten naar de praktijk. De overgang naar een nieuw evaluatiemodel is echter complex. Het onderzoeksteam wil middelgrote KMO’s hierin ondersteunen door een feedbackmonitor te ontwikkelen bestaande uit een online tool om de feedbackcultuur te meten, een stappenplan met vormingsmateriaal om alle betrokkenen in de organisatie te sensibiliseren over het belang van feedback, en een boek. Meten, sensibiliseren en het aanreiken van een gefundeerde aanpak aan het werkveld staan centraal.
Met dit project wordt de focus gelegd op het verminderen van de afvalberg in de meubelsector door de ontwerpwijze van designers. Onderzoek naar traditionele Japanse vouw- en montagetechnieken worden geïntegreerd in de Westers moderne ontwerpwijze voor duurzaam ontwerpen. Bijgevolg zal het langdurig gebruik, vlotte montage en demontage geactiveerd worden, en het bedenken van innovatieve, herstelbare en duurzame vormgeving van deelelementen de gezochte meerwaarde inhouden. Er zijn in Japan veel traditionele vouw- en montagetechnieken te vinden zoals bijvoorbeeld: ‘Origami’, het ontwerpen met papier zonder lijm, dat door deelelementen in elkaar gestoken wordt, ‘Sashimono’, het ontwerpen van houten meubel- en interieurconstructies met verbindingstechnieken zonder industrieel meubelbeslag en ‘Furoshiki’, het ontwerpen van draagbare verpakking uit textiel die vlot open en dicht kan geplooid worden. De belangrijkste aspecten van al deze Japanse informatie zal in kaart worden gebracht en toegankelijk gemaakt worden voor ontwerpers in België. Geïnspireerd door deze data en geïntegreerd met de Westerse methoden van duurzaam ontwerpen worden nieuwe concepten van duurzaam interieur- en meubelproducten tot stand gebracht. Tevens wordt de ontwerpmethode voor duurzaam ontwerpen geoptimaliseerd in samenwerking met KASK, en de Universiteit Antwerpen en lokale designers. Kanazawa (Japan) en zusterstad van Gent is de plaats waar de Japanse cultuur en traditionele technieken eeuwenlang wordt beoefend en KASK, HoGent heeft met ‘Kanzawa College of Art’ sinds 1971 een uitwisselingsprogramma. Van deze relatie wordt gebruik gemaakt in dit onderzoeksproject. Modellen van duurzame producten en de vernieuwde ontwerpmethoden van meubel- en interieurdesign worden gepresenteerd aan onderwijsinstellingen en professionele designers als output.
Bij korte-keten-initiatieven rond broodproducten met lokaal geteelde bakgranen zorgt het gebrek aan gefundeerde begeleiding voor wisselend succes: identificeren van de succesparameters (ketenbreed) is nodig. Daarnaast is meer kennis vereist omtrent teelt en bakkwaliteit van oude bakgranen: hiermee zouden landbouwer, molenaar en bakker de juiste keuze kunnen maken naar soorten, verwerkingscondities en vermarkting. Dit project inventariseert succesfactoren voor het tot stand komen van een duurzame korte keten voor brood(producten) met speciale aandacht voor oude bakgranen. Drie nieuwe korte-keten-broodinitiatieven worden opgezet en dienen als input voor sensibilisatie van broodconsumenten omtrent duurzame aspecten van de agro-voedingsketen. Inzichten over productiefacetten en klantpercepties en -verwachtingen leidt tot het ontwikkelen van succesvolle nieuwe businessmodellen voor korte-ketenbrood. Ketenbreed worden bestaande initiatieven onderzocht via diepte-interviews. Synchroon wordt een platform voor korte-keten-broodinitiatieven gecreëerd. Een selectie van graanrassen wordt gescreend op vlak van teelt en verwerkingspotentieel en sensorisch deelonderzoek op de broden. Drie nieuwe initiatieven van akker tot bakker worden proof of concept. Grootschalig kwantitatief consumentenonderzoek zal het marktpotentieel van een duurzame korte keten voor brood(producten) bepalen. De succesfactoren om dit te realiseren worden bepaald door kwalitatief consumentenonderzoek en door toepassing van ‘case study research’ methodologie op de nieuwe initiatieven. Een publicatie bundelt succesfactoren en kwantitatieve resultaten van de nieuwe initiatieven. Ze fungeert als leidraad voor de korte-ketenactoren om een succesvol businessmodel voor lokaal brood te introduceren. Alle expertise wordt verder gevaloriseerd binnen een gepast opvolgkanaal: het blijvend aanspreekpunt voor toekomstige duurzame initiatieven voor lokaal korte-ketenbrood.
De voorbije twintig jaar werd in de wetenschappelijke literatuur overweldigend bewijs geleverd dat groen positieve effecten heeft op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Groen kunnen waarnemen en contact met groen reduceert stress, verhoogt de aandacht, verhoogt de pijndrempel en blijkt genezing te versnellen. In Vlaanderen maken gezondheidsinstellingen nauwelijks of niet expliciet gebruik van deze kennis om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Een goed uitgedachte groene omgeving rond zorgcentra biedt echter kansen om én de zorg te verbeteren, én de interactie tussen zorgbehoevenden en de maatschappij aan te moedigen. De restoratieve capaciteit van groen blijkt daarbij gerelateerd te zijn aan de biodiversiteit van het groen. In ons intensief gebruikte Vlaanderen staat de biodiversiteit echter sterk onder druk. Tuinen kunnen een belangrijke rol spelen om op landschapsschaal de biodiversiteit op te krikken en stapstenen te creëren voor migratie van soorten, o.a. naar aanleiding van klimaatverandering. Nature-based solutions zoals biodiverse restoratieve zorgtuinen kunnen in sterk verstedelijkte regio's als Vlaanderen helpen om de maatschappelijke uitdagingen van de toekomst aan te pakken, en zo een win-win betekenen voor zowel de zorgsector als de natuursector. Om te komen tot concrete aanbevelingen voor de praktijk is echter kennis en een multidisciplinaire benadering nodig. Via bevragingen en het creëren van pop-up tuinelementen willen we, samen met studenten en partners (i) in kaart brengen wat momenteel aanwezig is aan biodivers groen rond zorgcentra, (ii) nagaan wat het therapeutisch effect kan zijn van biodivers groen en (iii) groenconcepten voor biodiverse restoratieve zorgtuinen technisch én therapeutisch ontwerpen.