Faculteit Mens en Welzijn

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 20 01
  fmw@hogent.be

Faculteit Natuur en Techniek

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270 (voetgangers, openbaar vervoer)
9000 Gent
  +32 (0)9 243 27 00
  fnt@hogent.be

Faculteit Bedrijf en Organisatie

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 22 00
  fbo@hogent.be

School of Arts

Campus Bijloke
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent
  +32 (0)9 267 01 00
  www.hogent.be/arts
  schoolofarts@hogent.be

Over het andere en het gelijke

Sedert de Verlichting stelt men dat de mens streeft naar een constante vooruitgang naar het betere. Een optimisme dat resulteert in tal van emancipatorische bewegingen zoals de mensenrechten, het stemrecht, de vrouwenemancipatie, het homohuwelijk. Centraal stond en staat steeds de gelijkheid of de gelijkwaardigheid van mensen.

In de jaren ‘70 van de vorige eeuw, komt in dit gelijkheidsstreven een kentering. Meer en meer gaat men er van uit dat mensen van elkaar verschillen. Het gelijkheidsdenken wordt vervangen door een differentiedenken. In het centrum van het modern feminisme, bijvoorbeeld, groeit steeds meer de gedachte dat vrouwen en mannen van elkaar verschillen. Het gelijkheidsfeminisme wordt verdrongen door een verschilfeminisme. Ook op het vlak van de mensenrechten, om een ander voorbeeld te noemen, stelt men zich de vraag of deze echt wel universeel zijn.


Van gelijkheidsdenken naar diversiteitsdenken

In de culturele antropologie en in de filosofie heeft het differentiedenken - dat mede aanleiding heeft gegeven tot het ontstaan van het diversiteitsdenken- een belangrijke plaats verworven. Op basis van de rijke diversiteit aan culturen en de ermee samenhangende wereldbeelden krijgen we stilaan respect voor het anders zijn van de ander. De waardering voor de diversiteit (die we hier even beperken tot culturele diversiteit) is een belangrijk middel om langzamerhand te komen tot een harmonieuzere samenleving. Hierbij wil men geleidelijk aan evolueren van een multiculturele maatschappij naar een intercultureel samenleven.

Merkwaardig genoeg merken we dat het differentie- en diversiteitsdenken op sociaal en politiek vlak net het tegenovergestelde heeft bereikt van wat het initieel beoogde. Dit heeft alles te maken met het groeiend conflict tussen diversiteit en identiteit, waarbij het gelijkheidsdenken voor het gemak aan de kant wordt geschoven. Door de terechte aandacht voor de diversiteit raakt de (cultuur)identiteit (o.a. in West-Europa) in moeilijkheden. We zien dit op twee terreinen gebeuren.


Diversiteit en identiteit: een spanningsveld

Als gevolg van de snelle mondialisering en globalisering - de wereld is een dorp geworden - komt de traditionele westerse en nationale (bijvoorbeeld Belgische) of regionale (bijvoorbeeld Vlaamse) identiteit steeds meer op losse schroeven te staan. Er ontstaat vervreemding. Globalisering en mondialisering zorgen ervoor dat mensen als tegenreactie een ‘localiseringsbehoefte’ krijgen, die zich veruitwendigt in een ‘reinvention of difference’ zoals Wallerstein dit benoemt (Hall, in Lemert (ed.), 2004, p. 604).

Het spanningsveld tussen diversiteit en identiteit groeit ook bij de verschillende groepen die van een samenleving deel uitmaken (Pinxten, 1994; 2006). Culturen botsen meer en meer met elkaar. De verschillende partijen krijgen het gevoel dat hun identiteit wordt bedreigd. De allochtone gemeenschap als gevolg van het feit dat ze werd gedwongen zich te integreren in een samenleving die in transitie is (Pinxten, 2006), de autochtone gemeenschap door de aanwezigheid van een steeds groeiende allochtone gemeenschap.

Het resultaat is dat ze op zoek gaan naar en zich terugtrekken in de zogenaamd authentieke (Appiah, 2007, pp.122-124), maar bedreigde culturele identiteit. De autochtonen, hoe positief ingesteld ook, voelen zich hierdoor bedreigd. Ook zij beginnen zich af te vragen waar de grenzen liggen en of hun eigenheid niet wordt aangetast. “Geen wonder”, merkt Slavoj Zizek op (1998, p. 52-53), “dat de liberale multiculturele tolerantie in een vicieuze cirkel gevangen zit: ze biedt tegelijkertijd te veel en te weinig ruimte voor de specifieke cultuur van de Ander.

Enerzijds tolereert het multiculturalisme de Ander zolang hij niet een echte Ander is, maar de steriele Ander van de premoderne ecologische wijsheid en de fascinerende rituelen. Zodra hij echter te maken krijgt met een echte Ander (die vrouwen besnijdt, vrouwen dwingt om sluiers te dragen, vijanden doodmartelt) en met de wijze waarop de Ander de eigenheid van zijn genot reguleert, houdt de tolerantie op.” Aan de voorbeelden die Zizek geeft van de ‘echte Ander’ kunnen we nog een lijstje toevoegen : de andersgelovige, de ongelovige, de niet te begrijpen anderstalige vreemdeling, de vluchteling, de gesluierde vrouw, de vreemdeling in een zwakke positie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs.

Dit wil zeggen dat mensen het verschil tussen hen en de ‘Ander’ – wie die ander ook is- accentueren en negatief evalueren. Dit laatste is nu net wat het differentie-en diversiteitsdenken niet wou bereiken. Meer zelfs, op dit vlak plooit het differentie- en diversiteitsdenken terug naar het identiteitsdenken. We zien bijvoorbeeld dat men in Frankrijk op zoek gaat naar het antwoord op de vraag:‘Wie is dat, een Fransman?’ ‘Wat is de Franse identiteit’. Maar ook in Vlaanderen stelt men meer en meer en met steeds luidere stem, de vraag : ‘Wat is een Vlaming?’, ‘Wat is de Vlaamse identiteit?’


De zoektocht naar identiteit

De nieuwe behoefte aan het kunnen verwoorden van de eigen identiteit geeft aan dat er een gevoel van onzekerheid of vervreemding is ontstaan. Vervolgens zorgt dit gevoel ervoor dat het moeilijk wordt om de ander te ontmoeten, de gelijkheid én universaliteit te zien door het vermeend fundamenteel verschil in zijn. De ander wordt immers als vreemd ervaren. En wat vreemd is, boezemt angst in.

Deze hernieuwde zoektocht naar ‘onze’ identiteit is te begrijpen (reductie van angst) maar houdt ook gevaren in. Stel je voor dat men op de vraag ‘wat is dat: Vlaming zijn?’ antwoordt met een strakke, monolithische invulling van deze identiteit. En deze enge benadering zit er dik in, net omdat het antwoord uit angst is geboren. Deze statische afscherming van de ‘identiteit’ fnuikt elke mogelijkheid tot emancipatie (daar deze om een dynamische inkleuring vraagt) en is of kan een uitgelezen voedingsbodem voor racisme zijn. De denkpiste is eenvoudig: wie niet aan deze strakke Vlaamse identiteit voldoet, wie deze strakke identiteit niet tot de zijne of de hare wenst te maken, wie zich niet identificeert als Vlaming, is geen Vlaming en hoort hier niet thuis.

Maar ondanks het gevaar dat dit identiteitsdenken inhoudt, is het toch boven alles een noodzakelijke grondslag voor het differentie- en diversiteitsdenken en dus voor een open en verdraagzame samenleving. In dit boek gaan we er immers van uit dat men maar waardering kan hebben voor het anders-zijn van de ander wanneer men overtuigd is van de waarde van de eigen cultuuridentiteit en van het feit dat deze identiteit dynamisch en niet statisch of authentiek is. In dit opzicht zijn het differentie- en diversiteitsdenken en het identiteitsdenken voor ons communicerende vaten.