Faculteit Mens en Welzijn

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 20 01
  fmw@hogent.be

Faculteit Natuur en Techniek

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270 (voetgangers, openbaar vervoer)
9000 Gent
  +32 (0)9 243 27 00
  fnt@hogent.be

Faculteit Bedrijf en Organisatie

Campus Schoonmeersen
Valentin Vaerwyckweg 1 (auto, post)
Voskenslaan 270
9000 Gent
  +32 (0)9 243 22 00
  fbo@hogent.be

School of Arts

Campus Bijloke
J. Kluyskensstraat 2
9000 Gent
  +32 (0)9 267 01 00
  www.hogent.be/arts
  schoolofarts@hogent.be

De inhoud van de inleiding

De inleiding, altijd uitgewerkt als hoofdstuk 1, verduidelijkt op maximaal 2 pagina’s wat de lezers kunnen verwachten.

In de inleiding geef je antwoord op drie vragen van de onderzoeksstructuur:

  • Wat houdt het onderzoek precies in? [beschrijving]
  • Waarom is het onderzoek nodig of nuttig? [motivering]
  • Volgens welke methode verliep het onderzoek? [methode]

Onderdelen van de inleiding

De inleiding bevat naast een antwoord op de bovenstaande vragen, nog elementen. Je vindt ze hier in volgorde.

  • Een beknopte introductie met motiverende functie, bijvoorbeeld:
    • een actuele situatie/een ontwikkeling/een herkenbare situatie
    • een anekdote
    • een treffend citaat.
  • Een antwoord op de vraag naar de inhoud van het onderzoek [beschrijving]:
    • het kader waarin het onderzoek plaatsvindt of het ruimere project waarvan het deel uitmaakt;
    • een beknopte en functionele beschrijving van het stagebedrijf (een gedetailleerde beschijving krijgt een plaats in het stageverslag);
    • eventueel de voorgeschiedenis van de opdracht;
    • het onderzoeksthema en de centrale vraag;
    • eventueel een definitie van ‘moeilijke’ of interpretatiegevoelige begrippen uit de centrale vraag.
  • Een antwoord op de vraag naar het doel of het nut van het onderzoek [motivering], bijvoorbeeld:
    • een signalement van de doelgroep voor wie het onderzoek van belang is
    • een bewijs van de theoretische (In welke zin draagt het onderzoek bij tot kennisverruiming?) of de praktische relevantie (Aan de oplossing van welk probleem draagt het onderzoek bij?) van het onderzoek.
  • Een relevant antwoord op de vraag naar de toegepaste onderzoeksmethode [methode], bijvoorbeeld:
    • de aard van de methode (deskresearch);
    • de periode;
    • de afbakening van het onderzoeksterrein;
    • de gehanteerde criteria;
    • de resultaatverwerking;
    • het bereik van de onderzoeksresultaten;
    • enz.

De bespreking van de gehanteerde criteria bestaat minimaal in een verwijzing naar gestandaardiseerde criteria (b.v. ISO-normen) en/of in een beschrijving van specifieke criteria. Ook dienen vooral de specifieke criteria te worden verantwoord. Deze bespreking is nodig in alle rapporten met een evaluerende of een adviserende centrale vraag.

  • Een structurerende vooruitblik op de rapportinhoud en -opbouw. Eigenlijk is een structurerende vooruitblik een uitgeschreven inhoudsopgave. Om te vermijden dat het een slaapverwekkende opsomming wordt zijn verschillende technieken inzetbaar, bijvoorbeeld: de volgorde van de onderwerpen verantwoorden, de samenhang toelichten enz.

VOORBEELD