- 11.06.2026
- door Alexandra De Raeve en Ingeborg Rottiers
Kledij in bepaalde winkels is vandaag goedkoper dan ooit. Hoe komt dat? En hoe kunnen we op een duurzamere manier omgaan met kledij?
Mieke Dumont bespreekt tijdens het Wetenschapscafé met Alexandra De Raeve (FTILAB+/HOGENT) en Ingeborg Rottiers (Mode- en Textieltechnologie/HOGENT) het ontstaan van fast fashion alsook de impact ervan. Zoals de naam al zegt, gaat bij fast fashion alles heel snel: snel produceren, snel kopen, snel dragen, snel afdanken en snel opnieuw kopen. Grote modebedrijfen zoals Inditex en Hennes & Mauritz hebben een systeem gecreëerd waarbij ze om de zes weken een nieuwe collectie uitbrengen. Ultra fast fashion, zoals Shein en Temu, gaat nog een stap verder op dat vlak. Omdat het allemaal zo snel moet gaan, kan de kwaliteit van zo'n kledingstuk niet goed zijn.
Als consument zijn we enerzijds slachtoffer van dit systeem, maar anderzijds ondersteunen we het ook met onze aankopen.
Alternatieven & oplossingen
Wat consumenten momenteel al kunnen doen, is de samenstellingsetiketten van items die ze willen kopen bekijken. Daarop zie je meteen van wat een product gemaakt is. "Als dat een blend van vezels is, wordt recycleren al een stuk moeilijker.” De Raeve waarschuwt ook voor greenwashing op de etiketten en labels: "Er zijn een aantal vaste waarden die betrouwbaar zijn zoals het Europese eco-label en Ecotex, maar laat je niet vangen door zaken zoals 'recycled polyester.' Dat is nog slechter voor het milieu dan nieuw polyester."
Europa is bezig met een Digital Product Passport. Binnen enkele jaren zullen we dus een tool hebben om te zien waar een kledingstuk gemaakt is. "Momenteel is het heel moeilijk om volledig transparant en volledig de keten in kaart te brengen," aldus Rottiers. "Als bedrijf moet je echt zelf naar de fabrieken gaan, anders heb je er geen zicht op."
Een andere oplossing, die al lang bestaat, is tweedehands kleren kopen. Thriften is zeker bij jonge mensen steeds populairder aan het worden, wat heel positief is. Ook merken beginnen pre-loved stukken te verkopen. Zo krijgen kleren een tweede of derde leven. Maar de eerste stap zet je best in je eigen klerenkast, stelt Rottiers. “De grootste impact die je momenteel kunt hebben, is de kleren die je nu al hebt gewoon veel langer dragen.”

Meer weten?
- Herbekijk dit Wetenschapscafé op Youtube
- Meer info op de website van het Wetenschapscafé
- Leer meer over het werk van het Fashion- and Textiles Innovation Lab (FTILAB+)