Foto Sociaal wonen: een gedeelde opgave in een gedeelde stad

Sociaal wonen: een gedeelde opgave in een gedeelde stad

S

Sociaal wonen: een gedeelde opgave in een gedeelde stad

Over sociaal wonen wordt er zelden rustig gesproken. In Wondelgem is dat niet anders: een gepland project naast WZC De Liberteyt botst opnieuw op protest. Stad Gent en Thuispunt Gent willen er sociale appartementen bouwen om de enorme woonnood te helpen opvangen. De buren vrezen dan weer een achteruitgang van de kwaliteit van hun leefomgeving als gevolg van de verdere verdichting. Het is geen alleenstaande case waarin het grote tekort aan betaalbare woningen (en de hardnekkige wachtlijst voor een sociale woning) botst met lokale weerstand rond concrete bouwprojecten. Woonmaatschappijen botsen steeds vaker op juridisch buurtprotest bij nieuwe projecten. Tegelijk voeren o.a. de Gentse vzw DakDak en Woonzaak actie voor een beter woonbeleid en meer kwalitatieve sociale woningen. Conflict is er dus genoeg. Maar hoe moeten we dat conflict nu begrijpen en ermee omgaan? Het raakt aan een klassieke vraag hoe we individuele en collectieve belangen afwegen.

De Franse filosoof Rousseau onderscheidde de volonté générale van de volonté de tous: die laatste is de optelsom van particuliere belangen (buurtbewoners, rusthuisbewoners, toekomstige bewoners, …), terwijl de eerste verwijst naar het maatschappelijk belang (toegang tot wonen, sociale rechtvaardigheid, leefbaarheid, …). Vanuit dat perspectief is lokaal verzet tegen een nieuwbouwproject begrijpelijk, maar rijst de vraag in hoeverre de aanpak van de collectieve woonnood en de bijhorende ingrepen deel uitmaken van het algemeen belang.

Beide verzuchtingen appelleren aan een breder recht op wonen. Dat omhelst niet enkel een letterlijk dak boven het hoofd, maar ook een betaalbare, kwalitatieve, leefbare en veilige woning en woonomgeving met woonzekerheid. Het recht op wonen is een sociaal grondrecht, verankerd in het Europees Sociaal Handvest en in de Belgische Grondwet, en vertaald in de Vlaamse Wooncode. Dat betekent dat de gemeenschap ertoe gehouden is om dat recht te realiseren voor elke burger. De impact van stabiele en kwalitatieve huisvesting op tal van andere levensdomeinen is immers erg groot. Net als de mate waarin leefbare en levendige woonomgevingen een belangrijk kader vormen voor integratie en allerhande kleine vormen van hulp en solidariteit. Toch wordt dat recht vaak ingevuld als een individueel afdwingbaar recht, waarmee mensen hun eigen woonnoden verdedigen. En daar wringt al meteen het schoentje: die individuele woonnoden betekenen voor iedereen wat anders. Voor sommige stadsbewoners betekent het kunnen wonen in een veilige, gezonde en toch betaalbare woning. Voor anderen, die dat vorige al bereikt hebben, betekent het misschien eerder voldoende groene ruimte hebben, rust, privacy, veiligheid, …

Zo lang we het recht op wonen louter als een individueel afdwingbaar recht hanteren, duwen we de rechterlijke macht in de positie om te moeten beslissen welk individueel belang zwaarder doorweegt in een concrete situatie. Het recht op wonen (als sociaal grondrecht) lijkt me echter alleen collectief te realiseren. Woonmaatschappijen vormen een sleutelactor in het realiseren van dat recht door te bouwen, te beheren en – in de mate van het mogelijke – te begeleiden. Sociale huisvesting is meer dan vastgoedbeheer. Het is sociale infrastructuur. Sociale huisvesting is vandaag een belangrijk wapen tegen armoede(risico) en de complexe vraagstukken van de verzorgingsstaat. Maar daarvoor krijgen ze vandaag te weinig middelen. We moeten bijvoorbeeld eerlijk durven benoemen dat in sommige sociale woonwijken de woonkwaliteit en leefbaarheid danig achteruit zijn gegaan. Daar zijn meerdere oorzaken voor. Het woningenbestand geraakt verouderd, de inkomsten waarmee kleine herstellingen of grondige renovaties kunnen aangepakt worden nemen af, en de huurderspopulatie is een stuk kwetsbaarder geworden. Zowel financieel als psychosociaal. De politieke en journalistieke stigmatisering van buitenaf rond sommige van deze buurten of rond sociale huurders draagt bovendien verder bij tot processen van uitsluiting en polarisatie.

Dus hoewel de woonmaatschappijen sleutelactoren zijn om het brede recht op wonen te helpen realiseren, kunnen ze dit niet alleen. Dat is een collectieve verantwoordelijkheid. Woonmaatschappijen worden niet altijd beschouwd als deel van de sociale sector, terwijl ze zeer veel zorg moeten opnemen. Er is nood aan veel meer samenwerking met, en ondersteuning vanuit, andere sociale voorzieningen. De beeldvorming over sociale woonprojecten als eilanden in de stad die voor leefbaarheidsproblemen zorgen, maakt dat er makkelijk naar de woonmaatschappijen wordt gekeken, terwijl de problemen gezamenlijk zouden moeten worden opgenomen.

Terug naar Wondelgem. Vanuit een collectieve invulling van het recht op wonen zou de vraag niet in eerste instantie moeten zijn of er, ja of neen, sociale appartementen mogen gebouwd worden op die plek. Maar hoe combineren we die opgave met de lokale nood aan groene ruimte, zorg en ontmoeting? Welke kansen biedt een nieuw sociaal woonproject voor de bredere buurt op vlak van intergenerationeel wonen, gedeelde binnen- of buitenruimte, zorgzame buurten, een tekort aan buurtgerichte voorzieningen, bereikbaarheid, enz. En welke rol hebben verschillende spelers (zorg, dienstverlening, handel, … maar ook bewoners) hierin op te nemen? Het betekent dat we het conflict aangrijpen om tot cocreatie te komen van een concrete plek die voor elke betrokkene andere betekenissen en belangen in zich draagt. Cocreatie gaat daarbij verder dan klassieke inspraak: waar inspraak mensen vooral uitnodigt om hun eigen belang te formuleren, vertrekt cocreatie vanuit de vraag wat een plek nodig heeft om voor verschillende gebruikers betekenisvol te zijn. Zonder dat die belangen daarom automatisch samenvallen. Het recht op wonen neemt het conflict niet weg, maar vraagt wel dat we er met een collectieve blik naar kijken.

 


Meer weten?

Al het onderzoek van Sven en zijn collega's vind je op de website van eCO-CITY.

Over de auteur

 

Sven De Visscher is verbonden aan de opleiding sociaal werk en coördinator van het onderzoekscentrum eCO-CITY. Hij doet zelf onderzoek naar thema's als 

kindvriendelijk beleid, wonen, duurzame stadsontwikkeling en sociaal-ruimtelijk onderzoek.

stuur een e-mail