Foto Zonder rentmeester geen duurzame stad

Zonder rentmeester geen duurzame stad.

Z

Zonder rentmeester geen duurzame stad.

Steden en gemeenten bezitten miljarden aan vastgoed, maar weten amper wat ze ermee moeten aanvangen. De klimaatdoelstellingen van 2050 zullen niet gehaald worden zonder iemand die eindelijk het overzicht bewaart. 

Steden en gemeenten bezitten samen het grootste vastgoedpatrimonium van het land. Scholen, sporthallen, bibliotheken, woonzorgcentra, administratieve gebouwen, cultureel erfgoed, sociale woningen. Het is een indrukwekkende verzameling bakstenen en verantwoordelijkheden. Maar achter dat patrimonium schuilt een ongemakkelijke waarheid: nauwelijks iemand weet nog precies wat men bezit, wat het waard is en in welke staat het zich bevindt.

Toch komt er een immense uitdaging op de lokale besturen af. Vlaanderen heeft zich met het programma SURE 2050 geëngageerd om tegen dat jaar zijn publieke gebouwen klimaatneutraal te maken. Elk gebouw moet energiezuinig, duurzaam en toekomstbestendig zijn. 2050 lijkt veraf, maar in vastgoedbeheer is dat één generatie, één investeringscyclus. Wat vandaag niet gepland wordt, zal binnen tien jaar onbetaalbaar zijn om recht te zetten. 

In veel gemeenten blijft vastgoedbeheer steken in een Excel-lijst en een telefoontje naar de aannemer wanneer er iets stukgaat. Dat is geen beleid, dat is brandbestrijding. De technische dienst zorgt dat de verwarming werkt, de poetsdienst dat de vloer blinkt en de financiële dienst dat de facturen betaald zijn. Maar niemand kijkt naar het geheel. Er is geen visie die bepaalt welke gebouwen behouden, gerenoveerd of afgesloten moeten worden. Er is geen totaalbeeld van de energetische toestand, de kost per vierkante meter of de toekomstige onderhoudslast. En zonder die kennis is duurzaamheid een slag in de lucht.

De paradox is duidelijk: lokale besturen moeten vastgoed beheren alsof het een professioneel geleide portefeuille is, maar ze beschikken zelfden over de middelen, de data of de mensen om dat te doen. Nochtans gaat het om miljarden euro's aan publiek bezit. Gebouwen zijn niet enkel stenen: ze zijn de fysieke infrastructuur van onze samenleving. En precies daarom is de huidige nonchalance onhoudbaar.

Wat ontbreekt is iemand die over de muren van de diensten heen kijkt. Een rentmeester van de stad of gemeente, die niet alleen denkt in termen van onderhoud en gebruik, maar in termen van waarde, rendement en levenscyclus. Iemand die weet wat het kost om een gebouw in stand te houden, die het verbruik en de veroudering monitort, en die strategische keuzes kan maken: behouden, herbestemmen of verkopen. Zo'n rentmeester brengt samenhang in wat nu vaak een lappendeken van losse beslissingen is.

In Nederland bestaat die rol al. Steeds meer gemeenten stellen er een assetmanager vastgoed aan, die verantwoordelijk is voor het maatschappelijk patrimonium, met aandacht voor onderhoud, gebruik en financiële bewaking. Die assetmanager beheert het publieke vastgoed als een portefeuille en niet als een verzameling gebouwen. Het resultaat: minder verrassingen, meer kennis en een doordacht investeringsbeleid. Vlaanderen zou daar lessen uit kunnen trekken, maar blijft voorlopig steken in goede bedoelingen en losse projecten. 

In België ligt dat moeilijker. Veel lokale mandatarissen zijn vooral bezig met het electorale ritme: wat zichtbaar is, wat binnen de legislatuur oplevert, wat snel kan worden geopend of ingehuldigd. We bouwen nog altijd liever iets nieuws voor het lintje dan iets ouds energiezuinig te maken. Verduurzaming past zelden in dat tempo. Het vraagt investeringen die pas over twintig jaar renderen. Het vraagt continuïteit, technische kennis en een visie die over meerderheden heen standhoudt. En precies dat is vandaag het zwakke punt van ons lokaal bestuur: er is geen langetermijnplan, laat staan een masterplan dat de verouderde gebouwen systematisch aanpakt. 

De klimaatdoelstellingen zullen niet gehaald worden met symbolische renovaties of losse subsidies. Ze vragen een gecoördineerd traject, met prioriteiten en keuzes die politiek moeilijk liggen. Een bestuur dat beslist om één oud gebouw te verkopen om vijf andere te verduurzamen, oogst zelden applaus. Toch is dat de enige verstandige weg. We moeten durven erkennen dat niet alles behouden kan worden, en dat onderhoud en energie-efficiëntie belangrijker zijn dan prestigeprojecten.

De rentmeester van de stand kan dat evenwicht brengen. Hij of zij staat niet op de verkiezingsaffiche, maar bewaakt de toekomst van het publieke bezit. Door data te verzamelen, financiële trajecten uit te tekenen en duurzame investeringen te plannen, zorgt die rentmeester ervoor dat gebouwen hun maatschappelijke waarde behouden. En door eigenaarschap te centraliseren, voorkomt hij dat de ene dienst bouwt wat de andere niet kan onderhouden.

De tijd van vrijblijvende plannen is voorbij. 2050 is geen verre horizon meer, maar een deadline die dichterbij komt dan men denkt. De klimaattransitie zal niet gewonnen worden in Brussel of op conferenties, maar in de gebouwen van onze steden en gemeenten. Daar wordt beslist of beleid meer is dan intentie. En dat begint bij één cruciale beslissing: eindelijk iemand aanstellen die het overzicht bewaart. De stad heeft een rentmeester nodig. 

nico harboort

Over de auteur

Björn De Vriese

Björn is expert in vastgoedrecht en -beheer. Als lector in de opleiding Vastgoed combineert hij onderwijs met onderzoek binnen het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit.

stuur een e-mail