Foto Vezelplanten

Experimenteren met minder bekende vezelplanten.

Met Rewilding Materials gaan we verder dan het bestaande onderzoek rond vlas en hennep: we verkennen het onbekende potentieel van een reeks beloftevolle, minder bekende vezelplanten. Ons onderzoek focust zich op vezels die een potentieel hebben voor hoogwaardige toepassingen in vezel­composietmaterialen en een meerwaarde kunnen hebben voor het ontwikkelen van regeneratieve landschappen.

Onze selectie bestaat zowel uit wilde plantensoorten als landbouw­gewassen. Momenteel experimenteren we met de volgende plantensoorten:

  • gewone brem (Cytisus scoparius),
  • koninginnekruid (Eupatorium cannabinum),
  • kenaf (Hibiscus cannabinus),
  • gewone hop (Humulus lupulus),
  • lupine (Lupinus spp.),
  • gele honingklaver (Melilotus officinalis),
  • sida (Sida hermaphrodita),
  • grote lisdodde (Typha latifolia),
  • grote brandnetel (Urtica dioica) en
  • vezelhennep (Cannabis sativa) dient als referentie en testvezel

Het proces van vezelextractie.

Vermits de kennis over sommige minder bekende vezelplanten heel erg versnipperd en ontoereikend is, experimenteren we zelf met het extractieproces . Dat begint met het zogenaamde roten, een proces waarbij de pectines en andere bindmiddelen afbreken die de vezels vasthechten aan het omliggende weefsel. Hiervoor doen we een beroep op verschillende methodes waaronder warm- en koudwaterroten alsook chemisch roten. Voor enkele soorten hebben we hoopvolle verwachtingen met het wortelroten (natuurlijke afbraak terwijl de plant nog ‘verankerd’ is met de wortel).

Door het extractieproces zelf uit te voeren, krijgen we ook een realistisch beeld van de haalbaarheid per plantsoort. We brengen in kaart hoe vlot de vezels loskomen, welke methode het meest geschikt is per soort en hoeveel bruikbare vezel er effectief kan worden gewonnen. Daarbij documenteren we ook de tijdsinvestering, het water- en energieverbruik en de verschillen in vezellengte en -kwaliteit. Deze inzichten vormen een essentiële basis om de meest veelbelovende soorten gericht te selecteren voor verdere verwerking en materiaaltesten.

Na het roten dienen er nog een aantal stappen te worden doorlopen om te komen tot bruikbare vezels. Deze stappen verschillen per plantensoort en gebruikte rootmethode, maar het komt er altijd op neer om de houtachtige delen en pectines uit de vezels te verwijderen en de vezels vervolgens los te kammen.   Het vlas- en textielmuseum Texture ondersteunt ons in het extractieproces vanuit hun kennis en netwerk rond de vlasverwerking, en ook via hun vrijwilligerswerking rond vezelextractie.

Voorbeelden:

 

Lange en korte vezels van lisdodde gewonnen met verschillende extractie­technieken. Door de chemische extractie krijgen de vezels een donkere kleur, de ‘blonde’ vezels zijn het resultaat van waterroten.

Links: Sida Hermafrodida in voorbereiding voor chemische roten. De schors is hiervoor handmatig van de stengels gestript.

 

Rechts: Netelstengels waarbij te zien is hoe de vezels tijdens het water­roten mooi loskomen.