Foto Nieuwkomers willen werken. De vraag is: hoe maken we de weg ernaartoe eerlijker?

Nieuwkomers willen werken. De vraag is: hoe maken we de weg ernaartoe eerlijker?

N

Nieuwkomers willen werken. De vraag is: hoe maken we de weg ernaartoe eerlijker?

In het Interreg project "Mijn werk, mijn toekomst" onderzoekt HOGENT samen met partners hoe nieuw talent, en in het bijzonder mensen met een migratieachtergrond, duurzamer kan doorstromen naar de industrie. Onderzoekers Raheleh Hosseini en Bram Van Acker volgen opleidingen, rekruteringstrajecten en werkvloeren van dichtbij op. Hun eerste vaststelling? Er is veel motivatie, maar ook nog veel onbenut potentieel. 

Bedrijven zijn op zoek naar vakmensen. Tegelijk vinden veel nieuwkomers moeilijk hun weg naar duurzaam werk. Precies daar wil het project Mijn werk, mijn toekomst op inspelen. Het project wil nagaan hoe nieuw talent beter kan worden toegeleid naar sectoren waar de nood groot is, zoals hout, voeding, kunststof en textiel.
Voor HOGENT-onderzoekers Raheleh en Bram begint dat niet vanuit een vergaderzaal, maar op het terrein. Ze observeren opleidingen, rekruteringsmomenten en selectieprocedures. Niet om met de vinger te wijzen, wel om beter te begrijpen waar kansen liggen.
“Tijdens observaties leer je enorm veel,” vertelt Bram. “Je ziet wat goed werkt, maar ook waar het soms moeilijk loopt. Voor mij waren die momenten op het terrein tot nu toe het meest waardevol. We hebben veel geleerd van de nieuwkomers zelf, maar ook van de opleiders en instructeurs.”

Observeren verlaagt net de drempel

De onderzoekers volgen onder meer opleidingen voor heftruckchauffeurs en productiemedewerkers. Ze kijken mee tijdens instructies, oefeningen en informele momenten. Ook bij rekrutering en selectie worden observaties uitgevoerd. In totaal gaat het voorlopig om verschillende opleiders en instructeurs, verspreid over twee organisaties. Die aanwezigheid wordt niet als bedreigend ervaren, benadrukken de onderzoekers. Integendeel. Het project vertrekt

net vanuit een concrete nood bij opleidingscentra en organisaties zelf. “Er is geen weerstand” klinkt het. “Opleiders willen het goed doen. Door aanwezig te zijn, kunnen we op een informele manier in gesprek gaan. Dat verlaagt soms zelfs de drempel. Je komt in contact met andere perspectieven en culturen, en precies daar wordt duidelijk waarom dit project nodig is.”
De bedoeling is om de inzichten niet op te sparen tot het einde van het project. De onderzoekers geven tussentijds al feedback en concrete tips aan opleiders en organisaties. Zo kan er tijdens het traject zelf worden bijgestuurd.

Taal als grote drempel

Een van de meest terugkerende vaststellingen is de rol van taal. Niet alleen taal op zich, maar vooral de verwachtingen die eraan gekoppeld worden. 
“Vaak wordt verwacht dat iemand al een hoog niveau Nederlands heeft nog voor de opleiding of selectie start,” merkt Raheleh op. “Maar tegelijk zie je dat veel materiaal niet aangepast is aan mensen die Nederlands niet als moedertaal hebben.”
Een voorbeeld is een workshop rond solliciteren. De presentatie was inhoudelijk sterk en professioneel opgebouwd, maar bevatte veel moeilijke woorden en complexe termen. Voor iemand met Nederlands als thuistaal was dat een prima workshop. Voor nieuwkomers werd de taal zelf een extra obstakel. Dat soort inzichten kan leiden tot heel praktische verbeteringen. Denk aan eenvoudiger taalgebruik in presentaties, visueler materiaal, aangepaste oefeningen of PowerPoints die in cocreatie met opleiders worden ontwikkeld.

Van links naar rechts: Bram Van Acker, Raheleh Hosseini, Steven Brandt

Talent en arbeidsmarkt vinden elkaar nog te weinig

Voor Raheleh raakt het project aan een bredere maatschappelijke uitdaging. Ze ziet veel motivatie en potentieel bij nieuwkomers, maar ook een arbeidsmarkt die daar nog niet altijd op afgestemd is.
“Je ziet zoveel talent,” zegt ze. “Maar de markt en de nieuwkomers vinden elkaar niet altijd.” 
Dat begint soms al bij vacatures. Die zijn vaak lang, complex en overladen met vereisten. Niet alle gevraagde competenties zijn even noodzakelijk voor de job. Voor nieuwkomers kan zo’n vacature daardoor afschrikken, nog voor ze gesolliciteerd hebben.

Ook sollicitatieverwachtingen verschillen cultureel. In sommige landen vind je werk vooral via je netwerk. In België wordt verwacht dat je jezelf sterk presenteert, websites bekijkt, motivatie toelicht en een helder cv voorlegt. Maar dat cv bevat bij nieuwkomers vaak gaten, bijvoorbeeld omdat ze een tijd niet mochten werken of omdat studentenjobs zoals wij die kennen in hun land van herkomst niet bestaan. 
“Nieuwkomers goed informeren is cruciaal,” zegt Raheleh. “Hoe solliciteer je hier? Hoe benoem je je sterke punten? Hoe ga je om met vragen over je cv? Maar ook: wat kunnen wij leren van nieuwkomers zelf, voor we allerlei verwachtingen op hen leggen?”

Opvolging stopt niet bij onboarding

Het project kijkt niet alleen naar de weg naar werk, maar ook naar wat er daarna gebeurt. Want duurzaam werk betekent dat mensen niet alleen starten, maar ook kunnen blijven. Raheleh ziet in de praktijk dat nieuwkomers soms na een tijdje uitvallen. De oorzaken zijn divers: taalproblemen, misverstanden op de werkvloer, vermoeidheid, een onzekere privésituatie  of onvoldoende ondersteuning. 

 Zelfs het taalniveau kan na verloop van tijd weer zakken als mensen weinig kansen krijgen om te oefenen. Daarom voorziet het project ook opvolging nadat nieuwkomers aan de slag gaan. In de eerste periode kan dat heel intensief zijn: bellen, samenzitten, regelmatig contact houden en coaching voorzien. Ook leidinggevenden worden opgevolgd en gecoacht. 
Samen met partners, waaronder collega’s van Avans Hogeschool, wordt gekeken hoe werkgevers en HR-teams beter ondersteundkunnen worden. In sommige trajecten kunnen bedrijven bijvoorbeeld subsidies krijgen wanneer hun HR-medewerkers training volgen, onder meer rond buddywerking op de werkvloer.

Fier op de eerste inzichten

Hoewel het project nog loopt, zijn de onderzoekers nu al overtuigd van de meerwaarde. Voor Bram zitten de sterkste momenten in de observaties zelf. “Daar gebeurt het. Je ziet dingen die je anders nooit zou zien. Soms zijn dat mooie momenten, soms ook situaties die beter kunnen. Maar net daardoor kunnen we iets betekenen.”
Raheleh is vooral fier op de mogelijkheden die zichtbaar worden. “Het project is echt nuttig. Je voelt dat er ruimte is om impact te hebben.” Die impact zit voorlopig vooral in kleine, concrete verschuivingen: een opleider die anders naar zijn instructies kijkt, een workshop die toegankelijker wordt, een organisatie die bewuster omgaat met taal of begeleiding.

Wat zit er in de pijplijn?

De komende periode willen de onderzoekers de observaties verderzetten en vertalen naar bruikbare tools en aanbevelingen voor opleiders, organisaties en werkgevers. Dat kan gaan van algemene tips tot aangepast lesmateriaal of formats voor betere begeleiding. Ook kennisdeling wordt belangrijk. Bram hoopt dat de inzichten uit dit project breder opgepikt worden, niet alleen binnen de betrokken organisaties, maar ook door sectororganisaties en andere partners.
“Er gebeurt al heel veel rond dit thema, maar de kennis zit vaak verspreid,” zegt hij. “Het zou sterk zijn als informatie meer gebundeld wordt, zodat organisaties niet telkens opnieuw van nul moeten beginnen.” Hoewel beleidsaanbevelingen niet expliciet in de projectaanvraag zitten, zien de onderzoekers ook daar kansen. De inzichten uit de praktijk kunnen waardevol zijn voor een ruimer gesprek over werk, integratie en talentontwikkeling.

Wanneer is het project geslaagd?

Voor Raheleh is het antwoord duidelijk: wanneer er minder uitval is, wanneer vacatures toegankelijker worden en wanneer nieuwkomers beter ondersteund worden in hun zoektocht naar werk. Ze hoopt op vacatures die helderder en realistischer zijn. Op sollicitatietrajecten waarin nieuwkomers niet alleen beoordeeld worden, maar ook goed geïnformeerd en voorbereid. En op werkgevers die verder kijken dan taalniveau of een onvolledig cv. Hun oproep aan werkgevers en organisaties is eenvoudig: sta open, wees bereid om bij te leren en ga in gesprek.
“Er is zoveel potentieel,” klinkt het. “Veel nieuwkomers zijn enorm gemotiveerd om te werken. Wie wil sparren, wie vragen heeft of ervaringen wil delen: laat ons vooral van gedachten wisselen. Want als we deze talenten niet zien, verliezen we als samenleving heel veel.”


 


Meer weten?

Over de auteurs

 

Bram Van Acker en Raheleh Hosseini zijn als onderzoekers verbonden aan het Research Centre for Sustainable Organizations. In hun werk richten ze zich op inclusie op de werkvloer, met bijzondere aandacht voor anderstalige nieuwkomers. Hun expertise ligt in het bijzonder bij werving, selectie en onboarding.

stuur een e-mail naar Bram stuur een e-mail naar Raheleh