Foto Waarom fuift mijn dochter niet?

Waarom fuift mijn dochter niet?

W

Waarom fuift mijn dochter niet?

Het was vroeger bijna een natuurwet: het is weekend, dus we gaan uit. Maar zou het kunnen dat fuiven uit de mode is? Lara, mama van de 20-jarige Eline, vreest van wel: haar dochter is in haar hele leven nog maar twee keer naar een “echte fuif” geweest. De rest van de tijd is Eline bij vriendinnen of gewoon thuis. Moet Lara haar dochter een beetje pushen omdat ze anders te veel mist?

In een nieuwe aflevering van de podcast Goed om Weten legden we deze vraag voor een Emilia vanden Broeck. Zij is onderzoeker bij onderzoekscentrum SUPRB en deed recent een onderzoek naar het veranderende uitgaansleven van studenten. Het antwoord is - zoals gewoonlijk - genuanceerder dan we denken. 

Uitgaan verdwijnt niet maar verandert 

Het onderzoek van Emilia toont aan dat uitgaan minder een automatisme is. Het klassieke scenario - vrijdagavond is uitgaansavond - maakt plaats voor een instrumentele benadering: heb ik morgen les? Heb ik binnenkort examens? Kan ik het me permitteren om laat te gaan slapen? Plezier wordt afgewogen tegen verplichtingen, betaalbaarheid en verantwoordelijkheden. Het heeft ook te maken met een zoeken naar controle in een drukke en onzeker wereld: media, prestatiedruk, klimaatcrisis en geopolitieke conflicten houden studenten sterkt bezig. 

Dat betekent echter niet dat studenten minder buitenshuis komen, het betekent vooral dat ze bewuster kiezen hoe ze hun vrije tijd invullen. Uitgaan blijft populair bij een grote groep jongeren maar de vorm verandert. In plaats van uitbundige, nachtelijke feesten zoeken studenten vaker een huiselijke, gezellige sfeer: op café gaan, bij elkaar thuis iets drinken, in een kleinere setting. 

Veel ouders zoals Lara zien thuisblijven als afhaken maar het onderzoek toont een ander verhaal: de lat voor uitgaan ligt hoger. Niet qua status, wel qua beleving. Als je uitgaat, wil je dat het klopt.

Wat studenten belangrijk vinden: veiligheid en gezondheid

Emilia merkt in de eerste plaats een groter onveiligheidsgevoel. Sensationele berichtgeving over het uitgaansleven - denk aan spiking of spraakmakende zedenfeiten - weegt door. Ook al maakten veel studenten het zelf niet mee en kennen ze niemand die het overkwam, het gevoel van onveiligheid is er wél. En dat is belangrijk: veiligheid gaat niet alleen over cijfers, maar ook over beleving. Die beleving stuurt keuzes: waar je naartoe gaat, met wie, hoe lang je blijft of zelfs of je vertrekt.

Daarnaast kiezen studenten vaker voor plekken waar ze kunnen ontprikkelen met rust- en zitplekken, even uit het lawaai kunnen, en een vorm van controle (bv. security) zodat het niet té druk wordt en je comfortabel kan dansen.

Ook het drankgebruik verandert. Emilia ziet een trend naar mindful drinken of zelfs volledige onthouding. Alcohol hoort voor sommigen nog bij “echt uitgaan”, maar op café kiezen jongeren vaker voor frisdrank of een theetje. Een sterk non-alcoholisch aanbod wordt belangrijker, wat soms botst met het klassieke verdienmodel van clubs en cafés.

Druggebruik linken studenten eerder aan underground feestjes dan aan traditionele studentenfuiven. Opvallend is de grotere bespreekbaarheid, en die werkt twee kanten op: ze kan normaliseren, maar ook taboes doorbreken en ervoor zorgen dat mensen sneller op elkaar letten als er iets misloopt.

Flirten en consent

Als studenten minder uitgaan, hoe moeten ze dan aan een lief geraken? Voor oudere generaties lijkt het met elkaar verbonden, maar Gen Z ziet dat anders. Uitgaan is voor hen meer gelinkt aan samenzijn met vrienden en het “traditionele model van verleiding en flirten” botst met hoe de nieuwe generatie kijkt naar flirten, consent en grensoverschrijdend gedrag. Emilia wijst op een grotere culturele hertekening: niet alleen wat jongeren doen, maar ook hoe ze betekenis geven aan uitgaan. Minder als jachtterrein, meer als vriendenterrein. Minder als “grenzen opzoeken”, meer als “grenzen afspreken”.

The joy of missing out

En dan is er nog een factor die volgens Emilia mee duwt aan de veranderingen in het uitgaansleven: sociale media. Wat populair is, wordt mee bepaald door de online wereld. 

Emilia schetst twee mogelijke effecten:  studenten worden aan zoveel evenementen blootgesteld dat ze liever thuisblijven (overexposure) én studenten bepalen hun uitgaanskeuzes op basis van wat online als cool wordt gezien (curatie). 

Het fenomeen JOMO is herkenbaar: soms voelt níét uitgaan als een opluchting. Niet omdat je geen vrienden hebt, maar omdat je zenuwstelsel al vol zit en er morgen weer een nieuwe dag is. 

Geen probleem maar realiteit

Om te antwoorden op de vraag van Lara wijst Emilia op de duidelijke generatiekloof: het beeld van de oudere generatie over hun studententijd botst met hoe jongeren vandaag naar uitgaan kijken. Haar advies is duidelijk: niet te veel pushen. Uit het onderzoek blijkt dat studenten de druk van de oudere generatie niet aangenaam vinden, omdat die botst met hun visie op uitgaan. Jongeren willen hun eigen keuzes kunnen maken, ook als die keuzes verschillen van wat “vroeger normaal” was.

Het veranderend uitgaansgedrag is geen probleem maar een realiteit. Uitgaan is niet verdwenen, het is hertekend. Door een generatie die meer nadenkt over prikkels, grenzen, geld, slaap en veiligheid. En die vooral één ding niet wil: dat plezier een verplichting wordt. 


Meer weten?

Surf naar de website met het volledige onderzoeksrapport en alle aanbevelingen

SHIFT is een onderzoeksproject van het onderzoekscentrum SUPRB (HOGENT) in samenwerking met Universiteit Antwerpen. 

 

 
 

Over de auteur

Emilia is onderzoeker in het onderzoekscentrum SUPRB. Ze doet onderzoek naar preventie, harm reduction, drugbeleid, safe(r) spaces en sensibilisering in het uitgaans- en nachtleven.

stuur een e-mail