- 22.03.2026
- door Mieke Paelinck en Pepijn Viaene
In de jaren '80 wisselden jaarlijks meer dan 30.000 bouwgronden van eigenaar in Vlaanderen. In 2025 waren dat er 5.750. Die halvering in marktactiviteit is niet louter een conjunctureel fenomeen, ze weerspiegelt een verschraling van het aanbod, gecombineerd met een prijsniveau dat nauwelijks toegankelijker is geworden.
De vierde update van het bouwgrondenrapport van het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit brengt de Vlaamse bouwgrondmarkt opnieuw in kaart, ditmaal met data tot en met 2025. De mediaan eenheidsprijs steeg licht tot 252,69 €/m², een toename van slechts 1,2% ten opzichte van 2024. Na jaren van sterkere prijsstijgingen lijkt het prijsniveau zich te stabiliseren. Tegelijk daalde het aantal transacties met 3,5%. De combinatie van minder transacties en afzwakkende prijsgroei duidt op een markt onder druk.
Wat het nieuwe rapport toevoegt ten opzichte van de editie van vorig jaar
Het rapport introduceert twee inhoudelijke verdiepingen die in de vorige editie ontbraken. Ten eerste worden bouwgrondtransacties nu gekoppeld aan de synthesekaart van knooppunt- en voorzieningenniveau (Poelmans et al., 2021). Dit maakt het mogelijk om de relatie tussen locatiekwaliteit en grondprijs kwantitatief te onderbouwen: de mediaan bouwgrondprijs in goed ontsloten gebieden met veel voorzieningen binnen fiets- of wandelafstand wordt 49% hoger gewaardeerd dan percelen in gebieden met beperktere voorzieningen. Ten tweede bevat het rapport voor de centrumsteden nu ook prijsanalyses op niveau van deelgemeenten en wijken, op basis van geïndexeerde eenheidsprijzen voor de volledige periode 2016–2025. Daarmee worden interne prijsverschillen binnen steden voor het eerst systematisch in kaart gebracht. Zo bedraagt de mediaan geïndexeerde eenheidsprijs voor bouwgrond in de Gentse binnenstad 485,44 €/m², terwijl Ledeberg op 315,19 €/m² noteert.
De vorige editie (Rapport 3, maart 2025) identificeerde verder een probleem dat de betrouwbaarheid van gemeentelijke prijsindicatoren ondermijnt, namelijk wat we “restpercelen” hebben genoemd. Het zijn kleine of onregelmatig gevormde stukken grond die niet bedoeld zijn als volwaardige bouwkavel, maar technisch als bouwgrond worden geclassificeerd. In Horebeke leidde dit tot een mediaan van 538,11 €/m², terwijl de gemiddelde oppervlakte van de betrokken transacties slechts 60m² bedroeg. De editie van 2026 lost dit probleem structureel op door restpercelen voortaan uit te sluiten op basis van twee criteria: oppervlakte én vorm.
Wat de data onthullen
De ruimtelijke patronen die eerder werden beschreven, bevestigen zich en verscherpen. Bouwgrond binnen kernen (294,12 €/m²) is 33% duurder dan langsheen linten (221,31 €/m²). De as Brussel–Antwerpen en de kust blijven de duurste zones; Limburg en de Vlaamse Ardennen de meest betaalbare. Oost-Vlaanderen is voor het derde opeenvolgende jaar de duurste provincie, met een mediaan van 300,00 €/m². Knokke-Heist spant opnieuw de kroon als duurste gemeente met 750,00 €/m², terwijl Heers in Limburg de laagste mediaan noteert: 112,22 €/m².
Opvallend is dat 41% van de transacties in 2025 plaatsvond in gebieden met een goede tot zeer goede combinatie van voorzieningen én knooppuntwaarde. Een niet te verwaarlozen aandeel gronden wordt echter nog steeds verhandeld in buitengebied of langs linten, een gegeven dat vragen oproept over de mate waarin de markt aansluit bij de doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, dat inzet op kernversterking en het vrijwaren van open ruimte.
Wat de data niet kunnen vertellen
Een mediaan eenheidsprijs van 252,69 €/m² voor bouwgrond in Vlaanderen klinkt als een helder cijfer. Het is het niet. Achter dat getal schuilt een markt met prijzen die variëren van 36 tot 2.521 €/m², en ruimtelijke verschillen die een factor 6 opspannen tussen de goedkoopste en duurste gemeente. Bovendien is de verdeling sterk rechtsscheef: het gemiddelde van 289,67 €/m² ligt beduidend hoger dan de mediaan, wat aantoont dat een beperkt aantal percelen met extreem hoge prijzen het beeld vertekent. Dit rapport helpt die complexiteit te ontrafelen, maar vraagt ook om een kritische lezing van wat de cijfers al dan niet zeggen.
Mediaan eenheidsprijzen per vierkante meter zijn een nuttig referentiekader, maar geen waarderingsinstrument. Ze abstraheren perceelkenmerken zoals oppervlakte, vorm, ontwikkelingsmogelijkheden en de juridisch-stedenbouwkundige context van een specifiek perceel. Wie ze rechtstreeks toepast in een vastgoedwaardering, riskeert foutieve conclusies te trekken. De waarde van een bouwperceel wordt niet enkel bepaald door de prijs per vierkante meter, maar door de residuele waarde: de opbrengsten die het perceel kan genereren, verminderd met de ontwikkelingskosten. Voor heterogene percelen buiten homogene verkavelingscontexten is een louter €/m²-redenering dan ook ontoereikend.
Een instrument, geen antwoord
De data bieden een steviger empirische basis voor gerichte prijsanalyses op gebiedsniveau, voor beleidsvoorbereidend werk rond betaalbaarheid, en voor het berekenen van grondratio's in relatie tot ontwikkelingskosten. De methodologische verfijningen in de editie van 2026 maken het instrument robuuster dan zijn voorgangers.
In een markt met historisch weinig transacties en grote ruimtelijke variatie is goede data geen luxe, maar een noodzaak. Het rapport destilleert inzichten uit die data en biedt daarmee een stevige empirische basis voor iedereen die de Vlaamse bouwgrondmarkt serieus neemt: van de taxateur die een perceel waardeert tot de beleidsmaker die nadenkt over betaalbaarheid en ruimtegebruik.
Meer weten?
- Download het rapport: Viaene, P. & Paelinck, M. (2026). Bouwgrondprijzen in Vlaanderen. Rapport 4: Update Maart 2026. Onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit, HOGENT.
- Surf naar de website van onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit.
Over de auteurs
Mieke Paelinck en Pepijn Viane zijn allebei onderzoekers verbonden aan het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobibiliteit.