Facebook Pixel REEKS IMPACT: "De meerwaarde van design zit in de combinatie van verbeelding en ratio." - Hogeschool Gent
Foto REEKS IMPACT: "De meerwaarde van design zit in de combinatie van verbeelding en ratio."

“De meerwaarde van design zit in de combinatie van verbeelding en ratio.”

D

“De meerwaarde van design zit in de combinatie van verbeelding en ratio.”

REEKS IMPACT: Eveline Seghers
Futures through Design

Eveline Seghers ging in november 2020 bij HOGENT aan de slag als coördinator van Futures through Design – binnen dat onderzoekscentrum werkt HOGENT samen met Howest. De functie en de onderzoeksthema’s van het centrum trokken haar sterk aan: “Futures through Design is een mooie combinatie van verschillende disciplines en interesses en bovendien is er een rechtstreekse link met de maatschappij: we kunnen met ons onderzoek concreet iets betekenen. Ik heb vooral ervaring met academisch onderzoek en daar miste ik net die connectie met de praktijk en de samenleving.”

De benaming van het onderzoekscentrum roept meteen twee vragen op: hoe kan design de toekomst (niet alleen letterlijk) mee vorm geven en waarom is er gekozen voor futures, dus meervoud?

Eveline: “Ons uitgangspunt is dat we co-creatief en inclusief te werk gaan. Met andere woorden: we willen bottom-up veel visies, perspectieven en instanties betrekken want je kan elk probleem of onderzoeksthema vanuit zeer verschillende invalshoeken benaderen. Er is niet één oplossing of één toekomst. Daarom spreken we over ‘futures’.

Het specifieke aan design als het gaat over de toekomst vorm geven en oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen bedenken, is dat het een creatieve, kunstzinnige factor toevoegt. Out-of-the-box denken en een meer imaginaire en emotionele benadering zijn inherent aan een designomgeving. Door dit te combineren met het rationele aspect dat uiteraard ook eigen is aan onderzoek, creëer je een enorm potentieel.”

Een van de onderzoekslijnen is co-design, het betrekken van eindgebruikers bij het ontwerpen. Dat lijkt de logica zelve: een architect ontwerpt geen woning zonder met de toekomstige bewoners te overleggen. Waar zit dan het onderscheidende kenmerk van co-design?

Eveline: “Een architect luistert naar de wensen en verwachtingen van zijn cliënten en creëert op basis van die informatie een concept, dat dan uiteraard nog bijgestuurd kan worden. Dat klopt. Maar het blijft wel de architect die de creatie tot stand brengt. Co-design gaat daarin verder: het betrekt eerst en vooral zoveel mogelijk stakeholders: gebruikers, maar ook lokale en andere overheden, socioculturele organisaties, en dergelijke – in het voorbeeld van de architect zou dat kunnen betekenen dat je ook de buren betrekt bij het ontwerp.

Al die betrokkenen worden van meet af aan en in dezelfde mate meegenomen in het proces. Er zijn bij co-design geen impliciete machtsverhoudingen waarbij iedereen wel kan participeren, maar de eindbeslissing uiteindelijk bij slechts één instantie ligt. Het is een inherent democratisch en participatief proces dat de meerstemmigheid van de werkelijkheid en van de toekomst erkent.”

Leidt dat dan niet tot een soort besluiteloosheid of tot een compromis waarin niemand zich nog herkent?

Eveline: “Dat is een reëel gevaar van een dergelijke aanpak, maar uiteraard kan het niet de bedoeling zijn om tot een resultaat te komen waar niemand zich tegen verzet, maar waar evenmin iemand echt tevreden mee is. Het is een evenwichtsoefening waarbij de betrokkenen zich bewust worden van de verschillende invalshoeken, aandachtspunten en belangen en van daaruit samen naar een gemeenschappelijk einddoel toe werken.”

Betekent dit dat het proces minstens even belangrijk is als het eindresultaat?

Eveline: “Uiteraard moet je wel een einddoelstelling voor ogen houden, maar het proces is inderdaad even essentieel. Niet toevallig reserveren we veel tijd en middelen voor ontwerpende processen. Het gaat immers evenzeer over het nadenken op zich, het zoekende traject op weg naar een oplossing of een resultaat. Door daar sterk op in te zetten, kom je vaak tot nieuwe perspectieven en inzichten.

Een mooi voorbeeld daarvan is het project rond het kasteeldomein van Heers in Limburg. Het kasteel stond er al jaren te vervallen. Maar via een participatief co-designproject werd een draagvlak gecreëerd, met veel vrijwilligers uit het dorp, het gemeentebestuur, de eigenaar en verschillende verenigingen, om het kasteeldomein zijn oude glans terug te geven. Eigenlijk werd de redenering omgekeerd: in plaats van eerst het verwaarloosde gebouw aan te pakken om er dan een bestemming aan toe te kennen, was de initiële vraag hoe men het hele domein kon doen herleven, mét een duurzaam nut voor en door de lokale gemeenschap. In functie daarvan zou dan later de restauratie van het kasteel aangevat worden.

Zo ontstond een vzw, van waaruit bottom-up allerlei projecten werden opgezet. Er werden bijvoorbeeld appelbomen aangeplant in de verwaarloosde hoogstamboomgaarden rond het kasteel. De oogst is de basis voor de lokale ciderproductie, waardoor ook de lokale economie betrokken raakt. Ook werd een beheersplan opgesteld voor het kasteelpark dat aansluit op de dorpskern. En dankzij tijdelijke bestemmingen of functies die passen bij de identiteit van het domein, ging het kasteel weer leven.

Het was als een trein die traag op gang komt: door het succes en de weerklank van de lokale initiatieven haakten geleidelijk ook verschillende overheden hun karretje aan. De gemeente startte de restauratie in samenwerking met het Regionaal Landschap Haspengouw Voeren en de Provincie Limburg engageerde een projectbegeleider die de relaties met de verschillende overheden en instanties uitbouwt en onderhoudt.

Dit project past in de onderzoekscluster ‘Behoud door Ontwikkeling’, waar historische landgoederen via ontwerpend denken opnieuw een functie krijgen. Daarbij wordt met respect omgegaan met het verleden. Niet door het te ‘bevriezen’ en uitsluitend documentair te werk te gaan met alle historische details, maar wel door het in te passen in een hedendaagse, maatschappelijke context.”

Binnen ‘Behoud door Ontwikkeling’ wordt ook gefocust op oude ambachten. Hoe vallen die te rijmen met design en vormgeving?

Eveline: “Een fraaie illustratie daarvan is het onderzoeksproject rond oude Japanse vouw- en montagetechnieken. De bedoeling is hier niet louter om die technieken te leren kennen en onder de knie te krijgen, maar vooral om ze in te zetten in hedendaags en duurzaam design. Sommige slimme Japanse technieken maken bijvoorbeeld geen gebruik van schroeven, hulpstukken of lijm om meubelstukken te monteren. Het ontwerp is zodanig dat de verschillende onderdelen in elkaar haken en elkaar ondersteunen.

Dat geldt ook voor de vouwtechnieken inzake draagbare verpakking uit textiel en origami, papierontwerpen zonder lijm.

De technieken stimuleren innovatief en modulair designdenken en dragen bij tot duurzaamheid, aangezien er geen extra industrieel meubelbeslag gebruikt wordt. Dat is voor ons onderzoekscentrum een belangrijk aandachtspunt: de duurzaamheid van het ontwerp, zowel in de betekenis van ecologisch verantwoord, maar zeker ook in de betekenis van lange levensduur. Daarmee gaan we in tegen de gangbare wegwerpmentaliteit, waar mensen om de zoveel jaar hun meubels vervangen. Het gaat daarbij deels over betrokkenheid creëren: hoe kan je ervoor zorgen dat mensen zich persoonlijk verbonden voelen met hun meubels?

Hoe dan ook willen we die oude vouw- en montagetechnieken inzetten voor het design van de toekomst. We zijn in dat verband gestart met een studie over de economische haalbaarheid daarvan.

Ook hier gaat het dus over behoud door ontwikkeling: we willen die oude technieken niet onderbrengen in een museum, als charmante maar levenloze ambachten uit het verleden, maar juist gebruiken als motor voor vernieuwing.”

Een onderzoeksproject gaat over sociale duurzaamheid bij landschaps- en tuinarchitectuur. Hoe kan landschapsarchitectuur sociaal duurzaam zijn?

Eveline: “De typische associaties die men maakt bij sociaal duurzame landschapsarchitectuur hebben te maken met biodiversiteit en andere ecologische aspecten. Maar het gaat over veel meer. Landschapsarchitectuur mag niet los staan van de maatschappij en moet met andere woorden ook rekening houden met onderwerpen als huisvesting, armoede en sociale cohesie.

Het voordeel van die thema’s door een designbril te bekijken is opnieuw die out-of-the-box benadering. Designers kijken voorbij de grenzen van het economische en ecologische, en gebruiken hun verbeelding om te zien wat eventueel mogelijk zou kunnen zijn. Als die benadering het startpunt is en je betrekt daar van meet af aan ook verschillende mensen en instanties bij, bijvoorbeeld door discussietafels te organiseren, dan komen daar dikwijls creatieve oplossingen uit die verder gaan dan men vooraf voor mogelijk had gehouden.

Op dit moment zit het project rond sociale duurzaamheid nog in de beginfase, en is de projectmedewerker begrippen als ‘sociale duurzaamheid’ verder aan het concretiseren, om ze daarna in te bedden in de praktijk van de landschaps- en tuinarchitectuur.”

In bepaalde projecten ligt de focus op welzijn van kinderen, onder meer in stedelijke hoogbouwomgeving. Het lijkt simpel: geef de kinderen voldoende ruimte waar ze kunnen spelen, klimmen en een balletje trappen. Maar ongetwijfeld zal je zeggen dat het niet alleen daarover gaat.

Eveline: “Het spreekt voor zich dat voldoende speelruimte en groen essentieel zijn in een stedelijke omgeving. Maar het moet meer zijn dan een puur utilitaire oplossing.

Binnen de onderzoeksprojecten KIDS en BLOK, die in een samenwerking met het onderzoekscentrum eCO-CITY tot stand kwamen, hanteerden de onderzoekers participatieve methodieken waarbij ze in gesprek gingen met kinderen en jongeren. Daaruit kwamen soms heel andere dingen naar voren dan een gebrek aan speeltuintjes, zoals de nood aan een veilig gevoel, aan betekenisvolle figuren zoals vertrouwenspersonen, en aan een soort mede-eigenaarschap van de leefomgeving.

Ook de toegankelijkheid, of het gebrek daaraan, van het sociale weefsel rond de woonwijk is een essentieel element. Is er in de buurt bijvoorbeeld een jeugdbeweging? En zo ja, vinden de kinderen de weg daar naartoe? En indien niet, waaraan ligt dat dan en hoe lossen we dat op?

Met speelpleintjes alleen kom je er dus niet. Dit gezegd zijnde, hangt emotioneel welzijn wel degelijk sterk samen met hoe je de fysieke omgeving ervaart. Bijvoorbeeld als kinderen en jongeren in stedelijke hoogbouwomgevingen een gebrek aan privacy aangeven als een pijnpunt, kan je daar vanuit de designinvalshoek op inspelen door in de buurt ook plekjes in te richten waar je discreet een gesprek kan voeren en/of tot rust kan komen. In dat verband wijs ik er overigens graag op dat de impact van groen op ons welbevinden niet kan onderschat worden. Dat blijkt onder meer duidelijk uit het onderzoeksproject rond zorgtuinen.”

Wat zijn de specifieke kenmerken van een zorgtuin? Waarin verschillen ze van een ‘klassiek’ parkje, bijvoorbeeld?

Eveline: “Er zijn sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat groen een grote positieve impact heeft op stress, angstgevoelens, depressie. Zorgtuinen gekoppeld aan ziekenhuizen zorgen voor een snellere genezing, blijkt uit onderzoek. Bovendien komt daarin ook tot uiting dat hoe biodiverser de tuin ingericht is, hoe sterker de effecten van welbevinden. In het project Biodivers Zorggroen wordt onder meer onderzocht hoe biodiversiteit een groter herstellend effect kan hebben, en hoe dit verder kan worden omgezet in de praktijk van tuinen rond zorginstellingen. Zo blijkt meer variëteit in planten- en diersoorten te leiden tot een groter mentaal engagement van de bezoekers van een dergelijke tuin, wat hen dan weer helpt om hun zorgnoden even op de achtergrond te plaatsen. Dat dergelijke tuinen ook een ontmoetingsplaats zijn en zorgen voor sociale interactie, hangt daar natuurlijk ook mee samen.

Het verschil met een ‘gewoon’ parkje zit vooral in de intentie: een zorgtuin wordt specifiek gecreëerd om de gezondheid en het welzijn van de mensen te verbeteren, en dit vertaalt zich ook in de vormgeving van de tuin op zich. Zo is een ideale zorgtuin optimaal toegankelijk voor bijvoorbeeld bewoners van zorginstellingen die zich met een rolstoel verplaatsen, bijvoorbeeld door brede paden en hogere zaaibedden aan te leggen."

Wanneer zal je over pakweg drie jaar een tevreden onderzoekscoördinator zijn? Wat moet het onderzoekscentrum daarvoor realiseren?

Eveline: “Eerst en vooral wil ik veel verbindingen maken en bruggen slaan tussen de verschillende disciplines in het onderzoekscentrum, maar evenzeer daarbuiten. Dat kan zowel in samenwerking met andere onderzoekscentra, als met allerlei stakeholders daarbuiten, zoals lokale en regionale overheden, socioculturele organisaties, ondernemers, en burgerinitiatieven.

We zouden graag onze internationale samenwerkingen ook verder uitbreiden, zoals die bijvoorbeeld nu al bestaat voor het INNOCASTLE-project, waar historische landgoederen in een internationaal vergelijkend perspectief worden onderzocht.

Daarnaast wil ik uiteraard graag zien dat we met ons onderzoekscentrum, als deel van de globale onderzoeksstrategie van HOGENT, echt maatschappelijke impact verwezenlijken, bijvoorbeeld door onze onderzoeksresultaten ingang te laten vinden in beleid op verschillende niveaus. Voor Futures through Design zou dat onder meer ook kunnen betekenen dat we op het vlak van ontwerpend, co-creatief denken voor de toekomst hét referentiepunt worden voor zowel overheden als allerlei andere soorten partners, zoals academische instellingen, bedrijven, en socioculturele verenigingen."

“We reserveren veel tijd en middelen aan ontwerpende processen. Het gaat immers evenzeer over het ontwerpend denken op zich, het zoekende traject op weg naar een oplossing of een resultaat.”
Eveline Seghers
(onderzoeks­coördinator Futures through Design)

Digital design:
vreemde eend in de bijt?

Een op het eerste gezicht vreemde eend in de bijt van Futures Through Design is de onderzoekslijn digital design, want hier gaat het toch over een totaal andere manier van ontwerpen en ontwikkelen. Eveline Seghers wijst er echter op dat, ondanks het feit dat de context totaal anders is, ook hier de meerwaarde van design helemaal overeind blijft: verbeelding en creativiteit gecombineerd met ratio en techniek. Overigens kan digital design sterk complementair en ondersteunend zijn voor bijvoorbeeld landschaps­architectuur, gelooft ze:

“Door die twee verschillende ontwerpdisciplines en –werelden samen te brengen, kom je bijna onvermijdelijk tot nieuwe inzichten. In die zin kan digital design ook een faciliterende rol spelen in het proces van co-design. In het kader van het project rond landgoederen, dat begin 2021 van start ging, wordt bijvoorbeeld een digitale toolkit ontwikkeld die stakeholders zoals landschaps­ontwikkelaars in staat stelt om innovatief en duurzaam om te gaan met begrippen als ‘eigenaarschap’.”


Een unieke eigenschap van digital design is dat er heel weinig ruimtelijke beperkingen zijn: “In digital design worden allerlei bijkomende processen mogelijk, en dat kan een belangrijke meerwaarde zijn. Aan de andere kant staat de emotionele, mentale beleving van design bij digitale ontwerpen soms meer op de achtergrond dan bij een volledige onderdompeling in bijvoorbeeld een landschap of interieur. Ook hier zie ik dus complementariteit tussen het ‘klassieke’ design en digital design, maar evenzeer kruisbestuivingen met andere kunstvormen die op KASK & Conservatorium aan bod komen”, situeert Eveline Seghers.


'Deviners'

De digital design-onderzoekslijn van Futures through Design is sterk gelinkt aan de bacheloropleiding Digital Design & Development (kortweg Devine). Digital Design & Development bestond al verschillende jaren als een keuzetraject van de opleiding Multimedia & Communicatie­technologie aan Howest, maar kon door de samenwerking tussen HOGENT en Howest binnen KASK & Conservatorium uitgebouwd worden tot een volwaardige bachelor.


De opleiding, die wordt aangeboden in Kortrijk, situeert zich op het kruispunt van de studiegebieden industriële wetenschappen en technologie en audiovisuele en beeldende kunst. Het feit dat opleidingen in het studiegebied audiovisuele en beeldende kunst ondergebracht worden in een ‘School of Arts’, was voor HOGENT en Howest de aanleiding om de krachten te bundelen.


De opleiding richt zich op de trends & innovaties in de digitale wereld. De unieke balans in het curriculum tussen research, design en development creëert professionele profielen die zeer gegeerd zijn in het internationale werkveld van digitaal ontwerp. ‘Deviners’ zijn creatieve makers die een brug slaan tussen de code- en designwereld.

Vond je deze pagina al de max? Check dan zeker ook deze eens.

Futures through Design
Het onderzoekscentrum Futures through Design - een samenwerking tussen HOGENT en Howest - zet ontwerpen systematisch in als een creatief, onderzoekend, participatief en …
Biodivers Zorggroen
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat een groene omgeving stress reduceert, de pijndrempel verhoogt en genezing versnelt. In Vlaanderen maken zorgcentra nauwelijks gebruik van deze …
eCO-CITY
Hoe leven mensen (samen) in een verstedelijkte omgeving, op een duurzame, rechtvaardige en leefbare manier? En hoe kunnen we dit ondersteunen? eCO-CITY wil een geëngageerde …
Met 12 nieuwe onderzoekscentra duurzame maatschappelijke impact realiseren

Met twaalf nieuwe onderzoekscentra op een duurzame manier bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen: dat is de ambitie van HOGENT. Ze wil die ambitie waarmaken via praktijkgericht …

REEKS IMPACT: "De uitdaging: compacter wonen zonder leefbaarheid aan te tasten"

Met praktijkgericht onderzoek rond hot topics als mobiliteit, kwalitatief en betaalbaar wonen en de betonstop, zit het onderzoekscentrum Duurzaam Ruimtegebruik en Mobiliteit mee in de cockpit om in …

REEKS IMPACT: "Impact start al bij de keuze van je onderzoek"

In de vierde aflevering van de reeks IMPACT zoomen we in op het onderzoekscentrum AgroFoodNature. Onderzoekscoördinator Lieve Vermeiren is al jaren zeer vertrouwd met de domeinen waar het …

REEKS IMPACT "Een one-size-fits-all didactiek bestaat niet"

Een onderzoekscentrum dat focust op de toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren voor iedereen, lijkt in de context van een hogeschool bijna onvermijdelijk. Toch heeft het Research …

REEKS IMPACT: "Men investeert het meest als het kalf al half verdronken is"
REEKS IMPACT: Nicky Dirkx Substance use and Psychosocial Risk Behaviours HOGENT bouwde de voorbije jaren een stevige reputatie op wat betreft expertise rond drugsgebruik. De media en …
REEKS IMPACT: "Duurzaam ondernemen moet naar mainstream evolueren"

In deze tweede aflevering van de reeks IMPACT zoomen we in op het Research Centre for Sustainable Organizations. Coördinator van dit onderzoekscentrum is Kaat Peeters. Kaat is gepokt en …

REEKS IMPACT: "Een broeinest worden waar kruisbestuiving de regel is"

“Je kan moeilijk onderzoek doen in het sociale domein zonder een standpunt in te nemen, zonder te vertrekken van een bepaald waardenkader”, zegt Jessica De Maeyer, coördinator van …

REEKS IMPACT: "Onderzoek moet vertrekken vanuit dialoog met de maatschappij"

Het onderzoeksbeleid van HOGENT is drastisch hervormd, met 12 onderzoekscentra die zich elk verdiepen in een eigen domein. Vanaf deze week starten we een interviewreeks met de …

REEKS IMPACT: "Onderzoek is een leerproces, ook voor ervaren onderzoekers"

In de derde aflevering van de reeks IMPACT gaat de aandacht naar het onderzoekscentrum Health and Water Technology. We spreken daarover met coördinator Els Van Mechelen. Haar vakgebied is geen …